Identiteit en jouw rol als rolmodel

Ga even terug naar je eigen schooltijd

Wie heeft jou geïnspireerd tijdens jouw schooljaren? Was er een docent die méér deed dan alleen lesgeven? Iemand bij wie je je gezien voelde, of die iets in jou zag wat jij zelf nog niet herkende of waar jou onzeker over was?

Misschien was het die leraar geschiedenis die enthousiast was over zijn vak en je het gevoel gaf dat jouw mening ertoe deed. Of de mentor die je nooit veroordeelde, maar altijd vroeg: "Hoe gaat het écht met je?" Zo'n persoon blijft je bij. Niet alleen om wat hij of zij zei, maar vooral: om hoe je je voelde in die momenten.

Voor wie leerlingen helpt zichzelf te worden


Jij als spiegel en rolmodel

Leerlingen kijken. Altijd. En ze kopiëren gedrag sneller dan je denkt. Niet bewust, maar intuïtief. Als jij kort door de bocht reageert, aannames doet of iemand afkapt, dan leren zij: dit is kennelijk hoe je met elkaar omgaat. Als jij vluchtig over iets heengaat wat eigenlijk niet door de beugel kan, omdat je de lesstof wilt afmaken dan leren zij: dit is blijkbaar oké.

In zulke momenten geef je – vaak onbedoeld een belangrijke boodschap mee. Niet over het vak, maar over hoe je met elkaar om mag gaan. En als je het niet benoemt of corrigeert, stem je er in feite mee in. Dan wordt wat er gebeurde niet alleen getolereerd, maar zelfs genormaliseerd.

Juist in deze micro-momenten ligt jouw invloed als rolmodel. Niet door perfect te zijn, maar door bewust te zijn. En soms door even stil te staan, het gesprek aan te gaan, of iets alsnog recht te zetten.

Leerlingen zijn geen lege vellen papier. Ze zijn onderweg. Vol vragen, overtuigingen, twijfels. En ja, vol potentieel. Ze spiegelen zich aan alles , aan elkaar, aan sociale media, maar óók aan jou.

Elke dag laat jij zien wat normaal is, wat gewaardeerd wordt, wat er mogelijk is. Jouw verwachtingen, jouw reacties, jouw stijl van feedback geven. Het beïnvloedt wie leerlingen denken dat ze kunnen zijn.

En daar zit je kracht. Je hoeft geen antwoorden te hebben. Je hoeft geen coach te worden. Je hoeft alleen maar te beseffen dat jij een onderdeel bent van hoe jongeren zichzelf leren kennen. En dat is een enorme kans.


Docent Opdracht


1

Opdracht 1 – Wie was jouw rolmodel?

Denk terug aan een docent of mentor die voor jou het verschil maakte tijdens je schooltijd.

  • Wat deed deze persoon precies?
  • Waarom raakte dat jou?
  • Wat leerde je van hem of haar over jezelf?
  • Wat kun jij hiervan meenemen in jouw eigen manier van lesgeven?
 2

Opdracht 2 – Wat wil jij dat leerlingen later over jou zeggen?

Stel je voor: het is tien jaar later. Een oud-leerling vertelt over jou aan iemand anders.

  • Wat hoop je dat ze zeggen?

  • Welke herinnering zou jij willen achterlaten?

  • Welke kwaliteiten wil je dat ze in jou hebben gezien?

Opdracht 3 – Jouw les als spiegelmoment

Kies één recente les waarin je merkte dat er iets gebeurde op sociaal of emotioneel vlak (bijv. spanning, grapjes over de grens, iemand die buiten de groep viel).

  • Hoe heb je gereageerd?
  • Welk signaal gaf je – bewust of onbewust – aan de klas?
  • Wat zou je de volgende keer anders willen doen?

Leerling Activiteiten

Mentor

Activiteit 1 – Mijn rolmodel in beeld

5.0

Laat leerlingen een korte presentatie, collage of moodboard maken over iemand die zij als rolmodel zien. Dat kan een bekende persoon zijn, maar ook iemand uit hun eigen omgeving.

Vragen om te beantwoorden:

  • Wie is jouw rolmodel?
  • Wat bewonder je in die persoon?
  • Wat zegt dat over wat jij belangrijk vindt?

Activiteit 2 – Wie wil ik zelf zijn?

4.0

Laat leerlingen een korte tekst of brief schrijven vanuit de toekomst:
“Ik ben 25 jaar. Mensen kennen mij als iemand die…”

  • Wat hopen ze dat mensen over hen zeggen?
  • Welke eigenschappen willen ze uitstralen?
  • Wie willen ze zijn voor anderen?

Activiteit 3 – Terugkijken vanuit de toekomst

4.0

Laat leerlingen in stilte nadenken en daarna opschrijven of tekenen:

“Stel: je bent 80 jaar en kijkt terug op vandaag. Wat heb je vandaag gedaan waar je trots op bent, omdat het je hielp dichter bij je droom te komen of je hielp worden wie je écht wilt zijn?”

Vragen om te begeleiden:

1.Wat was die kleine stap?

2.Waarom is die betekenisvol voor jou?

3.Wat zegt dat over wat jij belangrijk vindt?

Tips

1. Wees het voorbeeld dat je wilt zien

Leerlingen kopiëren gedrag. Als jij respectvol omgaat met meningsverschillen, zelfreflectie toont, of kwetsbaar durft te zijn, laat je zien dat dat normaal én waardevol is.

2. Besef dat ook jouw ‘non-verbale lessen’ tellen

Hoe je reageert op fouten, stilte laat vallen, omgaat met chaos  of pestgedrag, het zijn allemaal onuitgesproken boodschappen over wat belangrijk is. Leerlingen leren niet alleen wat je zegt, maar hoe je het leeft.

3. Laat zien dat fouten maken mag

Als jij jezelf corrigeert, sorry zegt of openlijk laat zien dat je ook leert, geef je een waardevol voorbeeld.

4. Geef positieve aandacht aan oprecht gedrag

Niet alleen de ‘beste’ leerling verdient waardering. Geef ook erkenning aan leerlingen die moed tonen – bijvoorbeeld door op te komen voor een klasgenoot die wordt gepest, of door zichzelf te blijven, ook als ze duidelijk anders zijn dan de rest van de klas.

5. Sta voor je waarden, ook als het lastig is

Als iets gebeurt wat niet klopt , bijvoorbeeld een kwetsende grap of uitsluiting  en je laat het lopen, geef je daarmee (onbedoeld) een signaal af. Wees duidelijk in wat je belangrijk vindt en waarom.

6. Vergeet je eigen mens zijn niet

Leerlingen spiegelen zich aan mensen, niet aan machines. Laat gerust iets van je persoonlijkheid zien, mits passend. Juist dat maakt jouw voorbeeld inspirerend én geloofwaardig.

Comments are closed.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}