• Home
  • Blog
  • Mentorgesprek met een leerling: praktische vragen en tips voor mentoren

Mentorgesprek met een leerling: praktische vragen en tips voor mentoren

tel: 10-minutengesprek met je mentorleerling

0 comments

Mentorgesprek met een leerling: praktische vragen en tips voor mentoren

De mentorgesprekken met je mentorleerlingen staan op de planning. Fijn, want eindelijk heb je iedere leerling even één-op-één. Maar dan zit de eerste leerling tegenover je. Je vraagt hoe het gaat. ‘Goed.’ Hoe het in de klas gaat? ‘Ook goed.’ En dan heb je nog negen minuten te gaan.
Waar gebruik je zo'n kort individueel mentorgesprek eigenlijk voor? Is het vooral een moment om je mentorleerlingen beter te leren kennen? Bespreek je de cijfers? Gaat het over plannen en doelen? Of wil je juist weten hoe een leerling zich voelt in de groep?
Een goed mentorgesprek kan over al die dingen gaan. Alleen niet allemaal tegelijk. Juist wanneer je maar tien minuten hebt, is het belangrijk om te bepalen wat op dat moment voor deze leerling relevant is. In dit artikel laten we zien waar je als mento op kunt letten en hoe je gedurende het schooljaar een goede lijn in deze gesprekken kunt aanbrengen.

Een mentorgesprek is meer dan even vragen hoe het gaat

Een individueel mentorgesprek is in de eerste plaats een moment waarop je aandacht hebt voor één leerling. Niet voor de hele mentorklas. Niet voor je volgende les. En ook niet alleen voor de drie onvoldoendes die je in het leerlingvolgsysteem ziet. Voor de leerling. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend. Toch is het verleidelijk om tijdens zo'n kort gesprek snel een lijstje af te werken. Je bespreekt de cijfers, vraagt naar het huiswerk en controleert misschien nog even het verzuim. Geen bijzonderheden? Mooi. Op naar de volgende leerling. Maar juist zo'n kort één-op-ééngesprek kan informatie opleveren die je tijdens een mentorles met een hele klas niet zo snel krijgt. Een leerling kan prima cijfers halen, maar zich ondertussen helemaal niet prettig voelen in de groep. Een andere leerling staat drie onvoldoendes, maar weet zelf precies waar het misgaat en heeft vooral hulp nodig bij het plannen. En weer een andere leerling heeft nergens grote problemen mee, maar wil dit jaar wel graag werken aan meer zelfvertrouwen. Het doel van het gesprek hoeft daarom niet te zijn om in tien minuten alles te bespreken of ieder probleem op te lossen. Het gesprek helpt je vooral om te kijken hoe een leerling ervoor staat, wat goed gaat, wat aandacht nodig heeft en wat een passende volgende stap kan zijn.

Het gesprek verandert gedurende het schooljaar

Een mentorgesprek hoeft niet iedere keer hetzelfde gesprek te zijn. Aan het begin van het schooljaar ken je je mentorleerlingen misschien nog nauwelijks. Een paar maanden later heb je al veel meer gezien en kun je terugkomen op eerdere doelen of afspraken. Aan het einde van het jaar kun je juist samen terugkijken op de ontwikkeling. Zo worden de gesprekken geen losse momenten, maar ontstaat er een doorlopende lijn gedurende het schooljaar.

Begin van het schooljaar: eerst de leerling leren kennen

Aan het begin van het schooljaar ligt de nadruk vooral op kennismaken. Zeker wanneer je een nieuwe mentorklas hebt, weet je nog niet precies wie de leerlingen zijn, wat ze nodig hebben en hoe ze school ervaren. Je kunt daarom vragen hoe een leerling de eerste weken ervaart. Hoe voelt hij of zij zich in de klas? Met wie is er al contact? Welke vakken vindt de leerling leuk? Waar kijkt iemand tegenop? En wat heeft deze leerling van jou als mentor nodig? Bij een brugklasser kan de overstap naar het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld een belangrijk onderwerp zijn. De leerling krijgt ineens verschillende docenten, meer huiswerk en moet veel zelfstandiger plannen. Tegelijkertijd ontstaat er een compleet nieuwe groep waarin iedereen zijn plek probeert te vinden. Bij oudere leerlingen kunnen weer andere onderwerpen spelen. Denk aan motivatie, profielkeuze, cyberpesten, toetsdruk of verwachtingen voor het nieuwe schooljaar. Je hoeft tijdens dat eerste gesprek echt niet alles te weten te komen. Zie het vooral als een startpunt. Je maakt kennis en probeert een eerste beeld te krijgen van de leerling. Tegelijkertijd kun je alvast vragen waar de leerling dit schooljaar aan zou willen werken.

Mentorgesprek tijdens het schooljaar: kom terug op doelen en afspraken

Een paar maanden later ziet het gesprek er anders uit. Je kent de leerling inmiddels beter. Je hebt resultaten gezien, weet hoe iemand in de klas functioneert en misschien hebben jullie tijdens een eerder gesprek al een doel afgesproken. Daar kun je op terugkomen. Stel dat een leerling tijdens het eerste gesprek vertelde moeite te hebben met plannen. Dan kun je een volgend gesprek beginnen met de vraag hoe dat nu gaat. Wat heeft de leerling geprobeerd? Wat werkte goed? Wat lukte nog niet?Daarmee laat je ook iets belangrijks zien: je hebt onthouden wat de leerling heeft verteld. Tijdens het schooljaar kunnen onderwerpen als resultaten, motivatie, plannen, huiswerk, aanwezigheid en welbevinden aan bod komen. Maar kijk ook verder. Hoe voelt een leerling zich inmiddels in de klas? Is de plek in de groep veranderd? Zijn er nieuwe vriendschappen ontstaan? Is er spanning met andere leerlingen? Je hoeft ook nu niet ieder onderwerp te bespreken. Kies wat op dat moment relevant is.

Van een doel naar een plan

Een mentorgesprek is ook een mooi moment om leerlingen te helpen bij het stellen en bereiken van doelen. Dat kan een schooldoel zijn, maar ook een persoonlijk doel. Een leerling zegt bijvoorbeeld dat hij betere cijfers wil halen. Een ander wil minder stress ervaren rond toetsen. Weer een ander wil beter leren plannen. Dat zijn prima doelen, maar ze zijn nog behoorlijk groot. Daarom is het belangrijk om samen te kijken wat een leerling daadwerkelijk gaat doen. Stel dat een leerling zegt: ‘Ik wil beter worden in wiskunde.’ Vraag dan waar het precies misgaat. Begrijpt de leerling de uitleg niet? Wordt er te weinig geoefend? Begint de leerling te laat met leren? Misschien wordt het doel daarna veel concreter: de leerling gaat vanaf twee weken voor de volgende toets iedere dinsdag en donderdag een half uur oefenopgaven maken. Nu is er een plan. Bij een volgend gesprek kun je daarop terugkomen. Is het gelukt? Heeft het geholpen? En zo niet, waardoor kwam dat? Dat laatste is minstens zo interessant. Een doel dat niet wordt gehaald, betekent niet automatisch dat de leerling niet gemotiveerd is. Misschien was het plan niet haalbaar. Misschien was de stap te groot. Of misschien bleek iets anders in de praktijk beter te werken. Zo help je leerlingen niet alleen om doelen te stellen, maar ook om te leren plannen, uitvoeren, evalueren en bijstellen.

Mentorgesprek met je leerling: bespreek ook successen

Mentorgesprekken hebben al snel de neiging om probleemgesprekken te worden. Je ziet twee onvoldoendes en begint daarover. Een leerling is een paar keer te laat gekomen en dus staat dat op de agenda. Het huiswerk is niet op orde? Dan moet daar iets aan gebeuren. Logisch, maar vraag ook naar wat goed gaat. Misschien heeft een leerling eindelijk een presentatie gegeven waar hij enorm tegenop zag. Misschien lukt het steeds beter om huiswerk op tijd af te krijgen. Of heeft iemand die normaal weinig zegt tijdens de les voor het eerst zelf een vraag gesteld.Vraag daarom ook waar een leerling trots op is. Wat lukt nu beter dan een paar maanden geleden? En wat heeft de leerling zelf gedaan waardoor dat beter gaat? Dat geeft je niet alleen een positiever beeld van de ontwikkeling. Je ziet ook welke aanpak voor deze leerling werkt. En die informatie kun je weer gebruiken bij andere doelen.

Cijfers bespreken tijdens het mentorgesprek: vraag vooral door

Natuurlijk horen cijfers bij een mentorgesprek. Maar een 4,8 voor wiskunde vertelt vooral dát iets niet goed is gegaan. Waarom het niet goed ging, zie je er niet aan af. Misschien vindt de leerling de stof lastig. Misschien is hij te laat begonnen met leren of weet hij niet goed hoe hij zo’n toets moet voorbereiden. Er kan thuis iets spelen. En soms is een onvoldoende gewoon een keer pech. Vraag daarom niet alleen naar het cijfer, maar vooral naar wat eraan voorafging. Hoe heb je geleerd? Wanneer ben je begonnen? Wat vond je lastig? En wat zou je bij de volgende toets anders aanpakken? Zo wordt een onvoldoende geen eindpunt, maar een goed begin van een gesprek. 

Klassenmanagement

Hoe voelt de leerling zich in de groep?

Een belangrijk onderdeel dat tijdens een mentorgesprek niet vergeten mag worden, is de groep. Een leerling brengt tenslotte een groot deel van de schoolweek door met klasgenoten. En een leerling kan goede cijfers halen, maar zich toch helemaal niet prettig voelen in de klas.V raag daarom ook hoe de leerling de groep ervaart. Voelt hij of zij zich erbij horen? Kan de leerling zichzelf zijn? Met wie wordt graag samengewerkt? Hoe is de sfeer? Zijn er momenten waarop de leerling zich buitengesloten voelt? Probeer daarbij verder te kijken dan alleen de vraag of iemand vrienden heeft. Een leerling kan namelijk best een paar goede vrienden hebben en tegelijkertijd de sfeer in de klas onprettig vinden. Misschien worden er veel opmerkingen over elkaar gemaakt. Misschien zijn er vaste groepjes waar moeilijk tussen te komen is. Of voelt een leerling zich tijdens groepsopdrachten steeds buitengesloten. Juist tijdens een individueel gesprek kun je daar soms meer over horen dan tijdens een klassikale mentorles.

Welke rol speelt de leerling zelf in de groep?

Je kunt nog een stap verder gaan. Vraag niet alleen wat de groep met de leerling doet, maar ook welke invloed de leerling zelf op de groep heeft. Hoe gedraagt de leerling zich tijdens groepswerk? Wat gebeurt er wanneer iemand wordt buitengesloten? Doet de leerling mee met grapjes over een ander? Zegt hij er iets van? Of kijkt hij liever de andere kant op? Dat hoeft geen zwaar gesprek te worden. Het gaat er vooral om dat leerlingen nadenken over hun eigen rol. Stel bijvoorbeeld dat een leerling vertelt dat er in de klas vaak grapjes worden gemaakt over een klasgenoot. Je kunt dan vragen wat hij zelf doet als dat gebeurt. Misschien zegt de leerling: ‘Niets.’ Dan kun je doorvragen. Waarom niet? Wat maakt het lastig om iets te zeggen? En wat zou de leerling wél kunnen doen? Soms hoeft dat helemaal geen grote actie te zijn. Niet meelachen kan al verschil maken. Naast iemand gaan zitten die vaak alleen zit ook. Of achteraf vragen hoe het met iemand gaat. En natuurlijk kan een leerling ook naar jou of een andere docent stappen wanneer iets niet goed voelt.

Als er sprake is van pesten in de klas of groepsapp?

Je hoeft niet tijdens ieder mentorgesprek rechtstreeks te vragen: ‘Word jij gepest?’ Zo’n directe vraag levert lang niet altijd veel informatie op. Vraag bijvoorbeeld eerst hoe de sfeer in de klas is, of iedereen erbij hoort en wat er gebeurt als iemand wordt uitgelachen of buitengesloten. Geeft een leerling aan dat er iets speelt, dan kun je verder doorvragen.

Kijk daarbij ook naar de verschillende rollen die leerlingen kunnen hebben. Een leerling kan gepest worden, maar ook pesten, meelachen, toekijken, meedoen of juist voor iemand opkomen. Bovendien liggen die rollen niet altijd vast. Iemand kan de ene keer meelachen en een andere keer juist ingrijpen.

Daar kun je in het gesprek op doorvragen. Wat doe jij als iemand wordt buitengesloten? Wat zou je kunnen doen als je ziet dat een klasgenoot wordt gepest? En bij wie kun je terecht als je zelf iets meemaakt?

Vertelt een leerling dat hij of zij daadwerkelijk wordt gepest, dan hoef je dat natuurlijk niet in de resterende minuten van een gesprek op te lossen. Luister naar wat de leerling vertelt en kijk welke vervolgstap nodig is. Volg daarbij het pestprotocol en de afspraken binnen je school.

Zo’n kort mentorgesprek kan een belangrijk moment zijn waarop je signalen opvangt. Zorg er vervolgens wel voor dat het daar niet bij blijft: spreek af wat je gaat doen en kom er later bij de leerling op terug.

Individuele gesprekken vertellen je ook iets over de hele groep

Na één mentorgesprek weet je iets meer over één leerling. Maar na twintig of dertig gesprekken heb je misschien ook ineens veel meer informatie over je hele mentorklas. Stel dat meerdere leerlingen afzonderlijk vertellen dat de sfeer in de klas eigenlijk niet zo prettig is. Of dat verschillende leerlingen dezelfde vervelende opmerkingen noemen. Misschien vertellen meerdere leerlingen dat de klas uit twee duidelijke groepen bestaat of dat een aantal leerlingen bij groepsopdrachten steeds wordt buitengesloten. Los van elkaar lijken het misschien kleine opmerkingen. Samen kunnen ze een patroon laten zien. Die informatie kun je vervolgens gebruiken in je mentorlessen. Misschien wil je aandacht besteden aan samenwerken. Misschien moet je iets doen met groepsvorming of omgangsvormen. Of misschien is er een situatie die je verder moet onderzoeken. Zo helpt het individuele gesprek je niet alleen om een leerling beter te leren kennen. Het kan je ook veel vertellen over wat er in de groep speelt.

Zo stel je goede vragen tijdens een mentorgesprek.

‘Hoe gaat het?’ Het is waarschijnlijk één van de meest gestelde vragen tijdens een mentorgesprek. En het meest gegeven antwoord ?‘Goed. ’Daar kun je weinig mee. Dat betekent niet dat je de vraag niet mag stellen. Maar maak hem eens iets concreter. Vraag bijvoorbeeld welk cijfer een leerling de afgelopen twee weken op school zou geven .Een leerling zegt een 7. Vraag dan waarom het een 7 is en geen 5. Daarmee ontdek je wat goed gaat. Vervolgens kun je vragen wat er nodig zou zijn om van die 7 een 8 te maken. Met twee vervolgvragen heb je ineens veel meer informatie.

Laat vooral de leerling praten tijdens de mentorgesprekken

Omdat je maar tien minuten hebt, wil je efficiënt zijn. Daardoor is het verleidelijk om als mentor zelf veel te praten. Je vertelt wat je tijdens lessen hebt gezien. Je bespreekt de resultaten. Je geeft advies. Je legt uit hoe de leerling beter kan plannen. En voor je het weet zijn acht minuten voorbij. Terwijl je juist wilde weten hoe het met de leerling gaat. Probeer daarom vooral vragen te stellen, te luisteren en door te vragen. Dus niet meteen: ‘Je moet echt eerder beginnen met leren. Vraag eerst hoe een leerling zich nu voorbereidt op een toets. Wat werkt daarvan goed? Wat werkt minder goed? En wat zou de leerling zelf de volgende keer anders kunnen proberen?J e kunt daarna natuurlijk nog steeds advies geven. Maar dat advies sluit waarschijnlijk veel beter aan bij wat de leerling daadwerkelijk nodig heeft.

Een praktisch format voor een mentorgesprek 

Hoe krijg je dit allemaal in tien minuten? Door vooral niet te proberen alles te bespreken.Je kunt beginnen met een korte check-in. Hoe gaat het met de leerling en wat gaat op dit moment goed? Daarna kijk je kort naar school en welbevinden. Hoe gaat het met leren en hoe voelt de leerling zich in de klas? Vervolgens kies je één onderwerp waarop je verder doorvraagt. Dat kan een cijfer zijn, maar net zo goed een doel, motivatie, planning, de sfeer in de groep of iets wat de leerling zelf ter sprake brengt. Gebruik de laatste minuten om te kijken of er een volgende stap nodig is. Wat wil de leerling doen? Wat heeft hij of zij daarvoor nodig? Kun jij als mentor iets betekenen? En wanneer komen jullie erop terug? Je hoeft na tien minuten dus echt niet het hele leven van je mentorleerling in kaart te hebben. Als je één ding beter begrijpt en de leerling weet wat een passende volgende stap is, heb je al veel bereikt.

Laat leerlingen het mentorgesprek voorbereiden

Wil je nog meer uit die tien minuten halen? Laat leerlingen dan vooraf kort nadenken over het gesprek. Dat hoeft geen uitgebreid reflectieverslag te zijn. Je kunt bijvoorbeeld drie vragen meegeven. Waar ben je op dit moment tevreden over? Waar loop je tegenaan? En waar zou je de komende periode aan willen werken? Een leerling heeft dan voor het gesprek alvast nagedacht. Daardoor hoef je niet helemaal bij nul te beginnen en kun je sneller tot de kern komen. Bij oudere leerlingen kun je nog een stap verder gaan. Laat hen zelf bepalen welk onderwerp ze tijdens het gesprek willen bespreken. 

Mentorgesprek aan het einde van het schooljaar: kijk terug op de ontwikkeling

Aan het einde van het schooljaar krijgt het mentorgesprek weer een andere functie. Dit is een mooi moment om samen terug te kijken.En probeer daarbij niet alleen naar het eindrapport te kijken.Vraag bijvoorbeeld waar een leerling trots op is. Wat ging dit jaar beter dan verwacht? Wat heeft de leerling over zichzelf geleerd? Welke aanpak werkte goed? Welke doelen zijn bereikt en welke niet? Misschien vertelt een leerling dat wiskunde nog steeds lastig is, maar dat hij inmiddels wel eerder begint met leren. Misschien heeft een leerling geleerd om hulp te vragen. Of heeft iemand ontdekt dat een planning alleen werkt wanneer die niet iedere week helemaal wordt volgepropt. Dat zijn waardevolle inzichten om mee te nemen naar een volgend schooljaar. Je kunt ook terugkijken naar de groep. Hoe heeft de leerling de klas ervaren? Is er iets veranderd gedurende het jaar? Welke rol had de leerling zelf in de groep? En wat zou hij of zij in een nieuwe klas opnieuw of juist anders willen doen?

Maak van de mentorgesprekken een doorlopende lijn

Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste tip. Zie de verschillende mentorgesprekken niet als losse momenten. Aan het begin van het jaar leer je de leerling kennen. Je kijkt hoe iemand landt in de groep en welke doelen de leerling heeft. Gedurende het jaar kom je daarop terug. Hoe gaat het met die doelen? Lukt het plan? Wat werkt wel en niet? Hoe voelt de leerling zich inmiddels in de groep? En is er iets veranderd?Aan het einde van het jaar kijk je terug. Wat is gelukt? Wat heeft de leerling geleerd? Welke aanpak werkte? Wat wil hij of zij meenemen naar volgend jaar? Zo ontstaat er een duidelijke lijn van kennismaken, doelen stellen, plannen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Tegelijkertijd houd je gedurende het jaar aandacht voor de sociale kant. Hoe gaat het met mij? Hoe voel ik me in deze groep? Welke rol speel ik zelf? En wat heb ik nodig? Daarmee worden de gesprekken veel meer dan een paar gesprekjes die toevallig in de jaarplanning staan.

Tien minuten kunnen genoeg zijn

Tien minuten zijn kort. Je kunt onmogelijk alles bespreken wat er speelt rond cijfers, planning, motivatie, vrienden, groepsdynamiek, doelen en welbevinden. Maar dat hoeft ook niet. Gebruik het gesprek om één leerling echt even te zien. Ontdek wat goed gaat. Vraag waar iets schuurt. Kijk naar doelen en wat nodig is om die doelen te bereiken. En vergeet niet te vragen hoe de leerling zich voelt in de groep en welke rol hij of zij daar zelf in speelt. Aan het begin van het jaar ligt de nadruk misschien vooral op kennismaken. Tijdens het jaar volg je de ontwikkeling en gemaakte afspraken. En aan het einde kijk je samen terug en vooruit. Zo bouw je gedurende het schooljaar aan een doorlopend gesprek met je mentorleerling. En misschien is dat uiteindelijk wel de grootste waarde van die tien minuten. Niet dat je ieder probleem oplost, maar dat een leerling weet: mijn mentor ziet mij, weet waar ik mee bezig ben en komt erop terug.

Gesprekken en activiteiten voor je leerlingen

Wil je met je leerlingen aan de slag met onderwerpen als motivatie, doelen stellen, groepsvorming, samenwerken, faalangst, pesten of sociale veiligheid? In de Complete Toolkit voor Docenten & Mentoren in het VO vind je praktische gesprekskaarten, werkbladen en activiteiten die je direct kunt inzetten.Gebruik ze individueel, in groepjes of met de hele klas.Bekijk de Complete Toolkit voor Docenten & Mentoren in het VO,

Mentor

Beter worden in mentorgesprekken en mentorvaardigheden

Wil je je verder ontwikkelen als mentor? In de training Meesterlijk Mentorschap werk je onder andere aan effectief luisteren, signalen herkennen, motiverende gespreksvoering, groepsdynamiek, sociale veiligheid en het voeren van moeilijke gesprekken met leerlingen. Je krijgt daarnaast praktische werkvormen en materialen voor je mentorlessen. Bekijk de training Meesterlijk Mentorschap

About the Author

Follow me


{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}