Kinderboekenweek 2026:
Activiteiten om leerlingen écht aan het lezen te krijgen
Van 30 september tot en met 11 oktober 2026 is het Kinderboekenweek. Het thema van dit jaar is Spot aan! Boeken over dansers, acteurs, muzikanten, grappenmakers, talent, plankenkoorts en alles wat zich voor en achter de schermen afspeelt, krijgen extra aandacht. Een heerlijk thema om mee te werken. Je kunt een voorstelling organiseren, een scène uit een boek naspelen of leerlingen een personage laten interviewen. Maar de Kinderboekenweek krijgt pas echt waarde als er iets gebeurt wat veel moeilijker te organiseren is dan een leuke thema-activiteit: dat een leerling een boek openslaat en verder wil lezen.
Dat is hard nodig. De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren staat al langere tijd onder druk. Tegelijkertijd groeien kinderen op in een wereld waarin ze de hele dag worden verleid door korte filmpjes, meldingen en informatie die binnen een paar seconden duidelijk moet zijn. Een boek vraagt iets anders: aandacht, tijd, verbeeldingskracht en de bereidheid om niet onmiddellijk beloond te worden. En daar komt AI nu nog bij. ChatGPT, Gemini en andere AI-tools kunnen een tekst voor je samenvatten, uitleggen of zelfs helemaal schrijven. Je zou kunnen denken dat goed kunnen lezen daardoor minder belangrijk wordt. Het tegenovergestelde is waar. Wie AI gebruikt, moet juist heel goed kunnen lezen om te beoordelen of een antwoord klopt, wat er ontbreekt en of een tekst eigenlijk wel zo overtuigend is als hij klinkt.
De Kinderboekenweek is daarom een mooi moment om lezen niet alleen te vieren, maar ook opnieuw interessant te maken. In dit artikel vind je ideeën voor het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en NT2. Geen verzameling van alleen de bekende leesbingo’s, boekenleggers en kleurplaten, maar activiteiten waarmee je leerlingen nieuwsgierig kunt maken, kunt laten kiezen en soms zelfs een beetje kunt laten vergeten dat ze met leesvaardigheid bezig zijn.
Kinderboekenweek 2026: wat is het thema?
Het thema van de Kinderboekenweek 2026 is Spot aan! Dit jaar staan podiumbeesten centraal. Denk aan zangers, dansers, acteurs, cabaretiers en andere mensen die letterlijk of figuurlijk in de schijnwerpers staan. Maar je kunt het thema veel breder trekken. Want wat gebeurt er als je ineens alle ogen op je gericht voelt? Waarom wil de ene persoon dolgraag op een podium staan en verstopt de ander zich liever achter het gordijn? Wat betekent beroemd zijn eigenlijk? En wie verdient volgens ons een podium?
Dat maakt Spot aan! interessant voor veel meer dan alleen creatieve activiteiten. Je kunt het hebben over zelfvertrouwen, groepsdruk, sociale media, talent, beroemdheid, identiteit, zenuwen, succes en falen. Het officiële Kinderboekenweekgeschenk is Terug naar de schoenenboom van Milouska Meulens. Harmen van Straaten maakte het Prentenboek van de Kinderboekenweek, Herrie in de tent. Voor de officiële informatie, het Kinderboekenweekgeschenk en de thematitels kun je terecht op de website van de Kinderboekenweek.
Waarom lezen belangrijker wordt in een wereld vol AI
De cijfers over leesvaardigheid zijn niet bepaald vrolijk. Uit PISA 2022 bleek dat 35 procent van de Nederlandse vijftienjarigen niet het basisniveau voor leesvaardigheid behaalde. Maar achter zo’n percentage zit een groter probleem dan alleen ‘niet goed genoeg kunnen lezen’. Lezen betekent ook dat je uit een langere tekst kunt halen wat werkelijk belangrijk is, dat je begrijpt wat iemand beweert, hoofd- en bijzaken van elkaar kunt onderscheiden en merkt wanneer een redenering rammelt. Ook het onderscheid kunnen maken tussen een feit, een mening en een interpretatie hoort daarbij.
Precies die vaardigheden hebben leerlingen nodig wanneer ze AI gebruiken. Een AI-chatbot kan in een paar seconden een prachtig geformuleerd antwoord geven. Alleen staat er nergens een rood lampje naast een zin die niet klopt. Een verzonnen feit kan net zo zelfverzekerd worden opgeschreven als een feit dat wel klopt. Een leerling die AI gebruikt, moet daarom kunnen bedenken: wat wordt hier eigenlijk beweerd? Waar is dat op gebaseerd? Welke informatie ontbreekt? Is dit feitelijk of klinkt het alleen maar overtuigend? En kan ik dit ergens controleren?
Juist daarom wordt goed leesonderwijs alleen maar belangrijker. We leren leerlingen niet alleen lezen om een examen te halen, een roman te begrijpen of later een formulier te kunnen invullen. We leren ze lezen zodat ze zelfstandig kunnen blijven denken in een wereld waarin machines steeds meer teksten voor ze produceren.
Leesmotivatie begint niet altijd bij het niveau van een tekst
We differentiëren bij lezen vaak op niveau. De ene leerling krijgt een eenvoudigere tekst, de andere een moeilijkere. Logisch, maar er is nog een knop waaraan je kunt draaien: interesse. Stel dat je wilt oefenen met het herkennen van hoofd- en bijzaken. Je kunt iedereen dezelfde tekst geven, maar je kunt ook drie teksten aanbieden van ongeveer dezelfde lengte en moeilijkheid: één over koken en bakken, één over wintersport en één over het Songfestival.
Het leerdoel verandert niet. De vragen kunnen zelfs grotendeels hetzelfde blijven. Alleen mag de leerling kiezen welke tekst hij wil lezen. Voor een leerling die normaal gesproken al afhaakt bij het zien van een A4’tje, kan die keuze verrassend veel verschil maken. En hier kan AI docenten behoorlijk wat werk uit handen nemen.
AI gebruiken om leerlingen méér te laten lezen
AI en lezen worden soms tegenover elkaar gezet, alsof leerlingen óf een boek lezen óf ChatGPT gebruiken. Dat hoeft helemaal niet. AI kan juist worden ingezet om de drempel naar lezen te verlagen, zolang de technologie niet al het denkwerk van de leerling overneemt.
AI gebruiken voor gepersonaliseerde leesverhalen in de klas
Vraag een AI-tool om een verhaal te schrijven dat zich afspeelt in de plaats waar je school staat. Geef bijvoorbeeld een paar herkenbare plekken mee: het winkelcentrum, een park, het station, het voetbalveld of een bekend gebouw in de buurt. Voor jongere kinderen kan het een avontuur worden, voor oudere leerlingen een mysterie, thriller of verhaal over een verdwenen telefoon.
Let er wel op welke informatie je aan AI geeft. Gebruik geen namen van leerlingen, adressen, medische gegevens, thuissituaties of andere persoonlijke informatie. Je kunt prima aansluiten bij de leefwereld van leerlingen zonder persoonsgegevens te delen. Werk liever met algemene informatie, zoals de naam van de stad, openbare plekken en interesses die niet naar één leerling te herleiden zijn.
Voeg daarna een tweede opdracht toe: wat klopt er aan de beschrijving van onze omgeving en wat heeft AI verzonnen? Leerlingen moeten dan nauwkeurig lezen en hun eigen kennis gebruiken om de tekst te controleren.
Differentiëren bij lezen op niveau én interesse
Stel dat je leerlingen wilt laten oefenen met het herkennen van argumenten en tegenargumenten. Met AI kun je verschillende teksten laten maken die allemaal dezelfde moeilijkheid, lengte en opbouw hebben, maar over totaal andere onderwerpen gaan. De ene leerling leest bijvoorbeeld een tekst over de vraag of huiswerk afgeschaft moet worden, een ander over het gebruik van mobieltjes op school en een derde over de vraag of dierentuinen nog van deze tijd zijn.
De leesopdracht blijft voor iedereen hetzelfde: wat is het standpunt, welke argumenten worden gegeven, is er een tegenargument en hoe probeert de schrijver de lezer te overtuigen? Zo werk je met de hele klas aan hetzelfde leesdoel, terwijl leerlingen kunnen kiezen voor een onderwerp dat hen aanspreekt.
Je kunt AI ook vragen om binnen één onderwerp te differentiëren. Laat bijvoorbeeld drie teksten over klimaatverandering maken met dezelfde kerninformatie, maar met verschillende hoeveelheden ondersteuning. In de ene versie worden moeilijke begrippen kort uitgelegd, in een andere worden signaalwoorden gemarkeerd en de derde bevat geen extra ondersteuning. Zo kun je niet alleen variëren in waarover leerlingen lezen, maar ook in wat ze nodig hebben om een tekst zelfstandig te begrijpen.
Leesmotivatie vergroten door aan te sluiten bij interesses
Je kunt nog een stap verder gaan. Vraag leerlingen aan het begin van de Kinderboekenweek om een paar onderwerpen op te schrijven waar ze uit zichzelf meer over zouden willen weten. Vraag niet alleen: ‘Welke boeken vind je leuk?’, want een leerling die weinig leest heeft daar misschien helemaal geen antwoord op. Stel liever een vraag als: waar kun jij twintig minuten over praten zonder voorbereiding? Daar komen heel andere antwoorden uit: make-up, Ajax, reptielen, sneakermerken, dans, paarden, Formule 1, bakken, vliegtuigen of klimaat.
Je hoeft vervolgens natuurlijk niet voor iedere leerling apart leesmateriaal te maken. Bekijk de antwoorden en verdeel de interesses over een aantal bredere categorieën, bijvoorbeeld sport, dieren, muziek en entertainment, wetenschap en techniek of koken en lifestyle. Zoek per categorie passende boeken, artikelen en andere teksten of gebruik AI om aanvullend leesmateriaal te maken. Leerlingen kunnen vervolgens kiezen uit een aantal onderwerpen die aansluiten bij wat zij interessant vinden. Je begint niet bij de vraag hoe je van iedere leerling een enthousiaste lezer maakt, maar bij iets wat er vaak al wél is: nieuwsgierigheid.
Originele activiteiten voor de Kinderboekenweek 2026
Een Kinderboekenweekactiviteit hoeft niet groot te zijn. Sterker nog: sommige van de beste activiteiten kosten nauwelijks voorbereiding. De kunst is vooral dat een activiteit leerlingen dichter bij boeken en teksten brengt. Hieronder vind je ideeën die je kunt aanpassen aan verschillende leeftijden en niveaus.
Begrijpend lezen oefenen met de ‘verboden bladzijde’
Pak een boek dat waarschijnlijk weinig leerlingen kennen en laat één spannende, vreemde of grappige bladzijde zien, zonder kaft, titel of naam van de schrijver. Vertel alleen: ‘Dit is bladzijde 47. Meer krijgen jullie voorlopig niet.’ Laat leerlingen lezen en reconstrueren wat er vóór deze bladzijde gebeurd kan zijn. Wie zijn deze mensen? Waar zijn ze? Wat is hun relatie? Wat zou er op bladzijde 48 gebeuren? Pas daarna laat je het boek zien. Zonder dat je er een traditionele begrijpend-lezenles van maakt, zijn leerlingen volop bezig met inferenties: ze combineren informatie uit de tekst met wat ze daar zelf uit kunnen afleiden.
Tekstbegrip oefenen: welk personage verdient de spotlights?
Bij Spot aan! denken we al snel aan het personage dat de hoofdrol speelt. Draai het eens om. Laat leerlingen een personage kiezen dat volgens hen te weinig aandacht krijgt. Ze moeten vervolgens bewijzen waarom juist dat personage in de spotlights hoort. Welke gebeurtenissen zouden anders zijn verlopen zonder deze persoon? Wat weten we eigenlijk over hem of haar? Welke aanwijzingen geeft de schrijver? Met oudere leerlingen kun je de opdracht uitbreiden door ze hun keuze voor de klas te laten verdedigen.
Tekstbegrip en argumenteren oefenen met een literaire cold case
Maak van een gelezen verhaal een dossier. Kies een gebeurtenis waarover discussie mogelijk is: waarom vertrok een personage? Wie is verantwoordelijk voor een ruzie? Had iemand anders kunnen ingrijpen? Verschillende groepjes onderzoeken de zaak en zoeken in de tekst naar bewijs. Iedere bewering moet ondersteund worden met een passage of gebeurtenis uit het boek.
Zet jezelf als leerkracht of docent in de spotlights met ‘Mijn dagboek’
Voor goed klassenmanagement helpt het als leerlingen niet alleen elkaar beter leren kennen, maar ook iets van jou als leerkracht of docent zien. Dat betekent natuurlijk niet dat je allerlei persoonlijke dingen over jezelf hoeft te delen. Juist kleine, alledaagse dingen zijn vaak genoeg. Leerlingen vinden het bijvoorbeeld leuk om te weten dat je graag kookt, in een basketbalteam speelt, een hond hebt of ieder weekend probeert om eindelijk die ene kamer te schilderen.
Schrijf tijdens de Kinderboekenweek een kort ‘dagboekfragment’ over iets wat je zelf hebt meegemaakt. Misschien moest je met je zieke hond naar de dierenarts, won je basketbalteam eindelijk een belangrijke wedstrijd of ontdekte je pas na de eerste hap dat je zout in plaats van suiker in je cake had gedaan. Maak er een echt verhaaltje van, met een begin, een onverwacht moment en een einde. Je kunt het zelf schrijven, maar je kunt AI ook gebruiken om van een paar losse gebeurtenissen een kort verhaal te maken. Controleer en bewerk de tekst daarna wel, zodat het echt jouw verhaal blijft.
Het thema Spot aan! krijgt zo een andere invulling: niet alleen personages uit boeken staan in de spotlights, maar voor één keer ook de persoon die iedere dag voor de klas staat. Laat leerlingen na het lezen bijvoorbeeld raden welke onderdelen echt gebeurd zijn en welk detail je misschien hebt verzonnen. Daarna kunnen ze bespreken wat een gewone gebeurtenis interessant genoeg maakt om over te lezen
Personages analyseren met een boekencasting
Stel dat een gelezen boek wordt verfilmd. Welke acteur zou welk personage moeten spelen? Dat klinkt eenvoudig, totdat je één regel toevoegt: iedere keuze moet met de tekst worden bewezen. Welke eigenschappen heeft het personage? Hoe gedraagt hij of zij zich? Wat weten we over uiterlijk, leeftijd, houding en karakter? Leerlingen moeten terug naar het boek om hun casting te kunnen verdedigen.
Perspectief in verhalen oefenen: één gebeurtenis, drie personages
Kies een belangrijke gebeurtenis uit een verhaal en laat dezelfde gebeurtenis beschrijven vanuit drie verschillende personages. Leerlingen kunnen de teksten zelf schrijven, maar je kunt AI ook gebruiken om snel drie versies te maken die de klas vervolgens onderzoekt. Welke informatie verandert? Wie vindt iets belangrijk wat een ander nauwelijks noemt? Wie lijkt betrouwbaar? Kan dezelfde gebeurtenis voor twee mensen een totaal andere betekenis hebben? Voor Nederlands is dit een mooie manier om met perspectief en betrouwbaarheid van vertellers te werken.
De AI-detective
Laat AI een korte bespreking of samenvatting maken van een boek dat de klas goed kent. Geef vervolgens niet de opdracht om die samenvatting te leren, maar om hem aan te vallen. Wat klopt? Wat is te algemeen? Wat ontbreekt? Welke interpretatie is discutabel? Heeft AI iets ingevuld waarvoor eigenlijk geen bewijs in het boek staat? Leerlingen ontdekken zo dat een soepel geschreven antwoord nog geen goed antwoord is.
Maak leerlingen nieuwsgierig naar een boek
Zet tijdens de Kinderboekenweek iedere dag een ander boek in de spotlights, zonder meteen te vertellen welk boek het is. Schrijf eerst alleen een opvallende zin uit het boek op het bord. Later laat je bijvoorbeeld een stukje van de kaft zien en geef je een paar aanwijzingen over de hoofdpersoon.
Laat leerlingen raden welk soort boek het is en waar het verhaal over zou kunnen gaan. Aan het einde van de dag laat je het boek zien en lees je een stukje voor. Zo maak je leerlingen nieuwsgierig voordat ze überhaupt aan het boek begonnen zijn. Misschien vraagt er daarna vanzelf iemand: ‘Mogen we verder lezen?’
Het boek dat niet bij mij past
Normaal vragen we leerlingen welk boek ze aanraden. Draai het eens om en vraag: welk boek zou jij zelf nooit kiezen? Laat een leerling zo’n boek tien minuten proberen en daarna onderzoeken voor wie het juist wél geschikt zou kunnen zijn. ‘Ik vond dit veel te langzaam, maar iemand die van mysteries en veel details houdt, vindt het misschien juist goed.’ Dat vraagt meer dan alleen ‘leuk’ of ‘saai’. Leerlingen leren nadenken over zichzelf én over andere lezers.
Bouw het boekenalgoritme van de klas
Netflix, Spotify, TikTok en YouTube proberen voortdurend te voorspellen wat je leuk vindt. Waarom zou een klas geen eigen boekenalgoritme kunnen bouwen? Iedere leerling kiest een boek dat hij goed vond en beschrijft niet alleen het genre, maar ook kenmerken: veel actie of weinig, grappig of serieus, realistisch of fantasie, korte of lange hoofdstukken, romantiek, spanning, illustraties of ingewikkelde taal. Vervolgens maken leerlingen aanbevelingen: als je dit leuk vond, probeer dan eens… Aan het einde heb je een aanbevelingssysteem dat door leerlingen zelf is gemaakt in plaats van door een algoritme.
Geef AI expres te weinig informatie
Geef AI alleen de titel en drie losse gegevens over een boek en vraag wat het verhaal waarschijnlijk inhoudt. Lees de voorspelling en vergelijk die daarna met de echte flaptekst of een fragment. Waar begon AI te gokken? Waarom klinkt een gok soms toch geloofwaardig? Het is een eenvoudige activiteit waarmee leerlingen iets belangrijks over generatieve AI leren: een taalmodel kan ontbrekende informatie heel overtuigend opvullen.
Creatief lezen en schrijven: geef een verhaal een nieuwe omgeving
Wat gebeurt er als je de locatie van een verhaal verandert? Laat een bekend verhaal ineens plaatsvinden in de eigen woonplaats, op jullie school of honderd jaar in de toekomst. Welke onderdelen kunnen hetzelfde blijven en welke niet? Een sprookje dat zich in een bos afspeelt, verandert bijvoorbeeld behoorlijk als je het naar een flatgebouw verplaatst. Voor oudere leerlingen kun je de vraag moeilijker maken: hoe belangrijk is de ruimte waarin een verhaal zich afspeelt eigenlijk voor het verhaal zelf?
Luistervaardigheid oefenen met een bekend prentenboek
Kies een prentenboek dat de kinderen goed kennen en lees het nog een keer voor, maar verander stiekem een paar dingen in het verhaal. Geef de hoofdpersoon ineens een andere naam, verander de kleur van zijn jas, laat hem ergens anders naartoe gaan of vervang zijn lievelingseten door spruitjes. Wie merkt als eerste dat er iets niet klopt? Kinderen vinden het vaak hilarisch om de leerkracht op een ‘fout’ te betrappen.
Leesmotivatie stimuleren met een boekenveiling
Geef groepjes een fictief bedrag, bijvoorbeeld €100, en organiseer een boekenveiling. Leerlingen zien niet meteen de kaft. Eerst krijgen ze steeds één stukje informatie: de eerste zin, het genre, een personage, een korte passage en misschien een recensie. Wanneer durven ze te bieden? Aan het einde bespreek je welke informatie ervoor zorgde dat ze een boek wilden hebben. Daarmee maak je leesvoorkeuren zichtbaar zonder leerlingen simpelweg te vragen wat ze leuk vinden om te lezen.
Schrijf een Marktplaats-advertentie voor een boek
Laat leerlingen een boek uit de schoolbibliotheek kiezen of een boek van thuis meenemen dat ze niet meer lezen. Ze lezen de achterkant en het eerste hoofdstuk om te ontdekken waar het boek over gaat. Daarna schrijven ze een Marktplaats-advertentie die ervoor moet zorgen dat iemand het boek wil hebben. Wat vertel je wel en wat verklap je juist niet? De advertentie hoeft natuurlijk niet echt op Marktplaats te komen.
Begrijpend lezen en creatief schrijven: bedenk de ontbrekende scène
Laat leerlingen zoeken naar een sprong in een verhaal: een gesprek dat nooit wordt beschreven, een nacht waar de schrijver overheen springt of twee personages die elkaar blijkbaar gesproken hebben zonder dat de lezer erbij was. Wat zou daar gebeurd kunnen zijn? Een goede aanvulling mag niets tegenspreken wat later in het boek gebeurt. Om deze opdracht goed te kunnen uitvoeren, moeten leerlingen het verhaal dus behoorlijk nauwkeurig hebben gelezen.
Geef een personage een telefoon
Geef een personage uit een boek voor één dag een smartphone. Wat zou er in de zoekgeschiedenis staan? Wie staat bovenaan WhatsApp? Welke foto wordt verwijderd voordat iemand hem ziet? Welke app zou het personage nooit gebruiken? Leerlingen moeten hun keuzes onderbouwen met wat ze over het personage hebben gelezen. Voor oudere leerlingen kun je ook vragen welke invloed een smartphone op de hele plot zou hebben gehad. Sommige klassieke verhalen zouden binnen drie minuten afgelopen zijn als iemand even had kunnen appen.
Zet iemand anders in de spotlights
Het thema hoeft niet alleen over artiesten en beroemdheden te gaan. Laat leerlingen iemand kiezen die volgens hen zelden in de spotlights staat: een laborant, doventolk, ambulancechauffeur, decorbouwer, dierenverzorger, geluidstechnicus of medewerker van de voedselbank. Zoek er een passend verhaal of een informatieve tekst bij en laat leerlingen daarna de vraag beantwoorden: waarom verdient deze persoon of dit beroep meer aandacht?
Voor docenten Nederlands: gebruik de Kinderboekenweek ook voor kritisch lezen
In het voortgezet onderwijs kan de Kinderboekenweek al snel wat kinderachtig voelen als activiteiten rechtstreeks uit het basisonderwijs worden overgenomen. Dat is helemaal niet nodig. Gebruik Spot aan! bijvoorbeeld om te onderzoeken wie bepaalt welk verhaal aandacht krijgt. Leg drie teksten over dezelfde artiest, gebeurtenis of maatschappelijke kwestie naast elkaar. Welke titel kiest de schrijver? Wat staat in de eerste alinea? Welke informatie krijgt veel ruimte en wat blijft buiten beeld?
Je kunt ook een enthousiaste recensie en een vernietigende recensie over hetzelfde boek naast elkaar leggen. Kunnen leerlingen uit beide teksten opmaken wat er werkelijk in het boek gebeurt? Welke woorden gebruikt de recensent om de lezer te beïnvloeden? Waar houdt informatie op en begint een oordeel? Daarmee verschuift de aandacht van begrijpend lezen naar kritisch lezen. En dat is precies de vaardigheid die leerlingen buiten school voortdurend nodig hebben.
Kinderboekenweek met NT2-leerlingen: maak begrijpen niet hetzelfde als vereenvoudigen
Voor NT2-leerlingen kan een tekst taalkundig te moeilijk zijn, terwijl het onderwerp juist goed bij hun leeftijd past. Kies daarom niet automatisch voor een makkelijker of kinderachtiger boek. AI kan bijvoorbeeld vooraf een paar moeilijke woorden uitleggen of kort vertellen wat de leerling moet weten om het verhaal beter te begrijpen.
Ook de thuistaal kan helpen. Laat leerlingen woorden vergelijken of eerst in hun eigen taal vertellen wat ze hebben begrepen. Tijdens de Kinderboekenweek kun je leerlingen ook vragen welk verhaal of personage bijna iedereen kent in het land waar zij vandaan komen.
Een halfuur lezen zonder opdracht is óók een activiteit
Misschien is dit uiteindelijk een van de eenvoudigste ideeën uit dit hele artikel: plan een leesmoment en doe daarna niets. Geen vragen, geen boekverslag, geen werkblad en geen bewijs dat bladzijde 32 daadwerkelijk gelezen is. Laat leerlingen lezen en lees als leerkracht of docent zelf ook.
Juist dat laatste is belangrijk. Als leerlingen tijdens het leesmoment lezen terwijl de docent achter zijn laptop de administratie doet, geven we onbedoeld een boodschap af: lezen is iets wat leerlingen moeten doen, volwassenen hebben belangrijkere dingen te doen. Pak dus zelf ook een boek. En als iemand na twintig minuten zegt: ‘Dit boek is echt niks voor mij’, hoeft dat geen mislukt leesmoment te zijn. Vraag waarom. Misschien begint daar wel een veel interessanter gesprek over lezen.
Leesmotivatie vasthouden na de Kinderboekenweek
Het zou mooi zijn als er na de Kinderboekenweek iets blijft hangen. Misschien heeft een leerling een nieuwe schrijver ontdekt, wordt een boek ineens door meerdere leerlingen aangeraden of vraagt iemand uit zichzelf om een volgend deel.
Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel activiteiten je tijdens de Kinderboekenweek hebt gedaan. Het mooiste resultaat is dat leerlingen een boek, verhaal of onderwerp ontdekken waar ze uit zichzelf over verder willen lezen.
AI en differentiatie praktisch inzetten in de klas
Wil je na de Kinderboekenweek verder met AI in het onderwijs? In onze training AI in de Klas leer je hoe je AI praktisch kunt inzetten bij onder andere lesvoorbereiding, opdrachten en differentiatie. Je gaat vooral zelf aan de slag, zodat je de mogelijkheden daarna direct in je eigen lessen kunt gebruiken.
Wil je juist beter inspelen op verschillen tussen leerlingen? Bekijk dan onze training Differentiëren in de klas. Je krijgt praktische manieren om rekening te houden met verschillen in niveau, tempo, interesses en ondersteuningsbehoeften, zonder voor iedere leerling een compleet aparte les te hoeven maken.
Veelgestelde vragen over de Kinderboekenweek 2026
Wanneer is de Kinderboekenweek 2026?
De Kinderboekenweek is dit jaar van 30 september tot en met 11 oktober 2026.
Wat is het thema van de Kinderboekenweek 2026?
Het thema is Spot aan! Boeken over onder andere optreden, muziek, theater, dans, talent en in de belangstelling staan krijgen een centrale plek.
Welke activiteiten kun je doen tijdens de Kinderboekenweek 2026?
Naast voorlezen en boeken presenteren kun je leerlingen ook op andere manieren met verhalen aan de slag laten gaan. Laat ze bijvoorbeeld een onopgeloste vraag uit een verhaal onderzoeken, een acteur kiezen die goed bij een personage past of een boek ‘veilen’ door andere leerlingen ervan te overtuigen dat juist dit boek het lezen waard is. Je kunt leerlingen ook boeken laten beoordelen op bijvoorbeeld spanning, humor en onderwerp en daarmee samen een eigen boekentipsysteem voor de klas maken.
Hoe kun je AI inzetten voor leesbevordering?
AI kan helpen om aanvullend leesmateriaal te maken dat aansluit bij de interesses en leefwereld van leerlingen. Je kunt bijvoorbeeld teksten van vergelijkbare moeilijkheid maken over verschillende onderwerpen, een verhaal laten plaatsvinden in de eigen woonplaats of leerlingen een AI-samenvatting kritisch laten controleren. Gebruik AI daarbij als aanvulling op bestaande boeken en teksten, niet als vervanging ervan.
Hoe kun je differentiëren bij lezen?
Kijk niet alleen naar leesniveau. Je kunt ook differentiëren op interesse, onderwerp, hoeveelheid ondersteuning en keuzevrijheid. Drie leerlingen kunnen aan precies hetzelfde leesdoel werken met drie verschillende teksten.
Is de Kinderboekenweek ook geschikt voor het voortgezet onderwijs?
Zeker. Bij oudere leerlingen kun je meer nadruk leggen op perspectief, argumentatie, beeldvorming, recensies, betrouwbaarheid van teksten en kritisch lezen. Juist de combinatie met AI maakt leesvaardigheid een actueel onderwerp voor het voortgezet onderwijs.
Wat is #BookTok en #BoekTok en hoe kun je het gebruiken om lezen te stimuleren?
#BookTok is de internationale boekencommunity op TikTok. Onder #BoekTok vind je vooral Nederlandstalige filmpjes waarin lezers boeken bespreken, tips geven en hun favoriete boeken delen. Vooral onder jongeren kan dit helpen om boeken onder de aandacht te brengen. Wil je weten hoe je dit in het onderwijs kunt gebruiken? Lees dan ons blog over #BookTok en #BoekTok.


0 comments