Van kindertekening naar prentenboek met AI:
Zo doe je dat in de klas
Een monster met zes poten. Een vliegende kat met een cape. Of een huis op de maan met een zwembad op het dak. Geef leerlingen een vel papier en een doos potloden en er ontstaan de meest bijzondere werelden. Normaal gesproken belandt zo’n tekening uiteindelijk aan de muur, in een laatje of thuis op de koelkast. Maar met AI kun je er nog iets anders mee doen: je kunt van de tekening een compleet prentenboek maken. De leerling tekent een personage en bedenkt wat het gaat meemaken. Jij voert de tekening en ideeën in bij AI en even later heb je een geïllustreerd verhaal dat je samen kunt bekijken en voorlezen. Hoe pak je dat aan? We laten het stap voor stap zien.
Begin met een kindertekening voor je AI-prentenboek
We beginnen gewoon met papier en potloden. Geef leerlingen bijvoorbeeld de opdracht om een fantasiefiguur te tekenen dat nog niet bestaat. Een dier mag. Een monster ook. Een robot, alien of een combinatie van alles? Helemaal goed.
Als de tekeningen klaar zijn, ga je verder met het personage. Hoe heet het? Waar woont het? Wat kan het heel goed? Waar is het bang voor? Wat wil het graag?
Daarna voeg je iets toe wat ieder verhaal nodig heeft: er moet iets gebeuren. Je kunt leerlingen laten nadenken over wie hun personage is, wat het graag wil, welk probleem het tegenkomt, wie of wat kan helpen en hoe het avontuur uiteindelijk afloopt.
Bij kleuters kun je deze vragen gewoon stellen en de antwoorden zelf opschrijven. In de midden- en bovenbouw kunnen leerlingen een eenvoudig verhaalplan maken.
Stel dat een leerling een blauw monster tekent met drie ogen en enorme gele schoenen. Het monster heet Bliep. Hij woont onder de grond en moet voor het eerst naar monsterschool. Alleen durft hij niet, want hij denkt dat iedereen zijn gele schoenen raar zal vinden.
Kijk, daar kunnen we wat mee.
Van kindertekening naar prentenboek met Gemini Storybook
Voor de volgende stap kun je Google Gemini gebruiken. Binnen Gemini kun je met Storybook een geïllustreerd verhaal maken en daarbij eigen afbeeldingen als inspiratie gebruiken. Google noemt zelf het gebruiken van kindertekeningen als voorbeeld voor Storybook.
Voor Bliep maken we dus een foto of scan van de tekening. Die upload je in Gemini. Daarbij geef je ook de informatie die de leerling over Bliep heeft bedacht.
Je zou simpelweg kunnen typen: ‘Maak hier een kinderboek van.’ Maar dan geef je Gemini wel erg veel vrijheid. Beter is het om duidelijk te vertellen wat je wilt behouden, voor welke leeftijd het verhaal bedoeld is en hoe je wilt dat het resultaat eruitziet.
Zo maak je stap voor stap een AI-prentenboek
Je hoeft hier geen complete projectweek voor vrij te maken. Je kunt de activiteit bijvoorbeeld over twee lessen verdelen: eerst tekenen en het verhaal bedenken, daarna het prentenboek maken en bespreken.
Stap 1: laat leerlingen een personage tekenen
Geef leerlingen de vrijheid om iets te verzinnen. Je kunt eventueel een thema meegeven dat aansluit bij waar je op dat moment mee bezig bent. Werk je over de ruimte? Laat ze een buitenaards wezen tekenen. Werk je over de zee? Misschien tekenen ze een nog bijzonder zeedier. Of laat het onderwerp helemaal vrij. Dat levert waarschijnlijk de verrassendste figuren op.
Stap 2: bedenk wat er gaat gebeuren
Nu krijgt het personage een verhaal. Laat leerlingen niet meteen een heel boek schrijven, maar begin klein. Wie is het personage? Wat wil het? Wat gaat er mis? En hoe komt het uiteindelijk goed?
Kunnen leerlingen nog niet zelf schrijven? Geen probleem. Laat ze hun verhaal gewoon aan jou vertellen. Stel de vragen één voor één en schrijf de antwoorden kort op. Zo kan een kleuter bijvoorbeeld vertellen: ‘Mijn monster heet Bliep. Hij woont onder mijn bed. Hij is bang voor katten en hij wil graag een vriendje.’ Dat is al genoeg om straks mee verder te gaan.
Werk je met oudere leerlingen? Dan kun je ze de antwoorden zelf laten opschrijven en bewust laten nadenken over het begin, het probleem en de afloop.
Stap 3: upload de tekening naar Gemini Storybook
Maak een foto of scan van de tekening en voeg deze toe in Gemini. Vervolgens vertel je wat de leerling heeft bedacht en wat je in het Storybook terug wilt zien.
En daar helpt een goede prompt bij.
Voorbeeldprompt: maak van een kindertekening een prentenboek
Voor Bliep zou je bijvoorbeeld onderstaande prompt kunnen gebruiken. Je kunt hem bewaren en de gegevens steeds vervangen door die van een andere leerling.
“
Rol
Je bent een ervaren kinderboekenschrijver en educatief verhalenmaker. Je schrijft fantasierijke, grappige en warme verhalen voor jonge kinderen in eenvoudige en begrijpelijke taal. Je werkt de ideeën die je krijgt zorgvuldig uit en zorgt dat het oorspronkelijke personage herkenbaar blijft.
Context
Ik ben leerkracht en heb een tekening van een leerling toegevoegd. De tekening en de ideeën van de leerling vormen de basis voor het verhaal.
Op de tekening staat Bliep. Bliep is een blauw monster met drie ogen en grote gele schoenen. Hij woont onder de grond. Bliep gaat voor het eerst naar monsterschool. Hij wil graag vrienden maken, maar is bang dat de andere monsters zijn gele schoenen raar vinden. Uiteindelijk ontdekt hij dat de andere monsters zijn schoenen juist geweldig vinden.
Het verhaal is bedoeld voor kinderen van ongeveer 7 jaar.
Opdracht
Maak van de geüploade tekening en bovenstaande informatie een geïllustreerd Storybook. Werk het verhaal verder uit tot een logisch avontuur. Zorg dat Bliep, zijn uiterlijk en de belangrijkste gebeurtenissen uit het verhaal herkenbaar blijven.
Eisen
Geef het verhaal een leuke en passende titel. Zorg voor een duidelijk begin, een probleem, een ontwikkeling en een positief einde. Houd Bliep gedurende het hele verhaal herkenbaar als hetzelfde personage: hij is blauw, heeft drie ogen en draagt grote gele schoenen. Bedenk geen nieuwe hoofdpersonages of grote gebeurtenissen die het oorspronkelijke verhaal veranderen. Gebruik korte, duidelijke zinnen en woorden die kinderen van ongeveer 7 jaar begrijpen. Vermijd onnodig moeilijke, formele of abstracte woorden. Het verhaal mag grappig, warm en een klein beetje spannend zijn. Laat de illustraties zoveel mogelijk aansluiten bij de originele tekening.
Gewenste uitkomst
Maak een samenhangend geïllustreerd kinderboek dat geschikt is om klassikaal te bekijken en voor te lezen. De leerling moet zijn of haar eigen personage en verhaalidee duidelijk kunnen herkennen. Controleer voordat je klaar bent nog één keer of het taalniveau past bij kinderen van ongeveer 7 jaar en of de belangrijkste kenmerken en gebeurtenissen uit de oorspronkelijke tekening en beschrijving behouden zijn.
Je hoeft deze prompt natuurlijk niet iedere keer helemaal opnieuw te schrijven. Bewaar hem en vervang Bliep door het volgende personage. Vandaag Bliep. Volgende week misschien mevrouw Knorrepot, een vliegend nijlpaard of een alien die alleen maar pannenkoeken eet.
Controleer samen wat AI van de tekening heeft gemaakt
En dan komt het spannende moment: wat heeft Gemini ervan gemaakt?
Laat het Storybook op het digibord zien en bekijk het samen. Vooral de leerling die de tekening heeft gemaakt, zal waarschijnlijk meteen zien wat wel en niet klopt.
Want AI kan behoorlijk eigenwijs zijn met illustraties. Heeft Bliep drie ogen? Dan kan hij op een volgende pagina zomaar ineens vier ogen hebben. Misschien worden zijn gele schoenen opeens oranje of ziet hij er aan het einde net iets anders uit dan aan het begin.
Daar kun je juist gebruik van maken. Wat heeft Gemini goed overgenomen? Wat klopt er niet? Wat stond helemaal niet op de oorspronkelijke tekening? En heeft AI misschien iets toegevoegd wat jullie eigenlijk wel heel leuk vinden?
Je kunt leerlingen zelfs laten zoeken naar de verschillen tussen de originele tekening en de illustraties in het boek.
Is het AI-verhaal te moeilijk? Pas het taalniveau aan
Ook de tekst moet gecontroleerd worden. Gemini gebruikt soms net iets te moeilijke woorden, ook wanneer je duidelijk aangeeft voor welke leeftijd het verhaal bedoeld is.
Kom je zinnen of woorden tegen waarvan je denkt: dit zegt geen enkel kind in mijn groep? Dan hoef je niet helemaal opnieuw te beginnen. Geef Gemini bijvoorbeeld deze vervolgopdracht:
Maak de zinnen in dit verhaal korter en eenvoudiger. Gebruik alledaagse woorden die kinderen van 7 jaar begrijpen. Vervang moeilijke en abstracte woorden door concrete woorden. Verander de personages en gebeurtenissen in het verhaal niet.
Lees de nieuwe versie daarna nog een keer door. Jij kent je eigen groep en weet uiteindelijk het beste welk taalniveau past.
Gebruik het AI-prentenboek om nieuwe woorden te oefenen
Je kunt de activiteit ook gebruiken om nieuwe woorden aan te leren. Stel dat je werkt rond het thema ruimte en je leerlingen de woorden planeet, astronaut, zwaartekracht, raket en krater wilt leren.
Bespreek de woorden eerst met de leerlingen. Wat is een krater? Wat doet een astronaut? En wat merken astronauten van zwaartekracht? Gebruik afbeeldingen, voorbeelden en eventueel voorwerpen of filmpjes om de betekenis duidelijk te maken.
Daarna gaan de woorden mee in het verhaal. Laat leerlingen bijvoorbeeld een astronaut of buitenaards wezen tekenen en samen bedenken wat het personage in de ruimte meemaakt. Jij kunt vervolgens aan de prompt toevoegen:
Verwerk de woorden planeet, astronaut, zwaartekracht, raket en krater op een natuurlijke en begrijpelijke manier in het verhaal. Zorg dat uit de tekst en de illustraties duidelijk wordt wat de woorden betekenen.
Als het Storybook klaar is, komen de woorden opnieuw voorbij, maar nu in een verhaal dat de leerlingen zelf mee hebben bedacht. Stop tijdens het voorlezen bijvoorbeeld bij het woord krater. Wat was dat ook alweer? Wat zien we op de afbeelding? En wat gebeurt er in het verhaal?
Later kun je dezelfde woorden nog een keer laten terugkomen. Laat leerlingen een afbeelding aanwijzen, een woord uitleggen, een zin maken of het verhaal navertellen met een paar van de nieuwe woorden.
Verhaalopbouw oefenen met een prentenboek
Ook voor verhaalopbouw werkt deze activiteit goed. Gebruik bijvoorbeeld een eenvoudige structuur: Wie? → Wil wat? → Wat gaat er mis? → Hoe wordt het opgelost?
Een leerling tekent bijvoorbeeld een kleine draak die dolgraag wil leren vliegen. Zijn vleugels zijn alleen nog veel te klein.
Wat gaat hij proberen? Misschien bouwt hij zelf vleugels van karton. Misschien probeert hij vanaf een stoel te springen. Misschien vraagt hij een vogel om hulp.
Laat de leerling eerst bedenken hoe het avontuur verdergaat en maak er daarna een Storybook van.
Vervolgens kun je het verhaal weer uit elkaar halen. Waar begint het probleem? Wat probeert de draak? Wanneer verandert er iets? Hoe wordt het uiteindelijk opgelost?
Begrijpend luisteren oefenen met een AI-prentenboek
Je kunt het gemaakte Storybook ook gebruiken voor begrijpend luisteren. Laat het verhaal bijvoorbeeld op het digibord zien en gebruik de voorleesfunctie.
Stop vlak voordat er iets belangrijks gebeurt.
Wat denken jullie dat Bliep nu gaat doen? Waarom denk je dat? Welke aanwijzing heb je gehoord? Wat zou jij doen als je Bliep was?
Bij jonge leerlingen kun je het verhaal een paar dagen later nog eens gebruiken. Kunnen ze nog vertellen wat er gebeurde? Wat kwam eerst? Wat gebeurde daarna? En hoe liep het af?
Creatief schrijven met AI in de bovenbouw
In groep 7 of 8 kun je er weer iets anders van maken. Laat leerlingen eerst zelf een kort verhaal schrijven bij hun tekening. Daarna kun jij als leerkracht de tekening én de tekst van een leerling invoeren in Gemini en er een Storybook van laten maken. Laat het resultaat vervolgens op het digibord zien en leg de oorspronkelijke tekst en de versie van Gemini naast elkaar.
Wat heeft Gemini veranderd? Welke beschrijvingen zijn erbij gekomen? Is er informatie verdwenen? Heeft Gemini gebeurtenissen toegevoegd die de leerling helemaal niet had bedacht? En welke veranderingen vinden leerlingen zelf geslaagd?
De leerlingen hoeven Gemini hierbij dus niet zelf te gebruiken.
Voor zelfstandig gebruik van Gemini gelden leeftijds- en accountvoorwaarden. Google hanteert voor persoonlijke en schoolaccounts in principe een minimumleeftijd van 13 jaar of de toepasselijke leeftijd in het land. Bij een schoolaccount moet Gemini daarnaast door de beheerder zijn ingeschakeld en voor sommige functies gelden aanvullende leeftijdsbeperkingen.
Daarna gaan de leerlingen zelf weer aan de slag met hun verhaal. Laat ze hun oorspronkelijke versie verbeteren of herschrijven. Misschien nemen ze een goede beschrijving uit de AI-versie over, maar misschien vinden ze hun eigen formulering juist veel beter.
Zo kun je in de bovenbouw prima met AI-output werken, terwijl jij als leerkracht degene bent die de AI-tool bedient.
Maak samen één AI-prentenboek voor de hele klas
Dertig leerlingen betekent trouwens niet dat je ook dertig Storybooks moet maken. Je kunt er net zo goed één van de hele klas maken.
Laat iedere leerling bijvoorbeeld een fantasiefiguur tekenen en kies daarna een paar personages die samen in hetzelfde avontuur terechtkomen.
Stel je voor: Bliep, Superkip en professor Pluis worden op een ochtend wakker in een ruimteschip.
Hoe zijn ze daar gekomen? Wie bestuurt het schip? Waar vliegen ze naartoe? En vooral: hoe komen ze weer thuis?
Bouw het verhaal klassikaal op. De ene leerling bedenkt een probleem, een ander een oplossing en weer iemand anders verzint wat er onderweg misgaat. Daarna gebruik je de gekozen tekeningen en jullie gezamenlijke verhaal als input voor het Storybook.
Dat kan behoorlijk grappige resultaten opleveren.
Een AI-prentenboek printen en in de leeshoek leggen
Ben je tevreden met het boek? Dan kun je het ook afdrukken. Op een computer kun je een Storybook via de afdrukmogelijkheid printen. Afhankelijk van je browser en computer kun je vanuit het afdrukvenster het resultaat ook als PDF bewaren.
Wil je er echt een boekje van maken? Bekijk dan eerst even het afdrukvoorbeeld voordat je een hele stapel naar de printer stuurt.
Daarna niet meteen mee naar huis geven natuurlijk. Leg het eerst eens in de leeshoek.
Maak bijvoorbeeld een plank of mand met ´Onze eigen verhalen´. Iedere week kan er een nieuw verhaal bijkomen.
Let op privacy als je leerlingtekeningen uploadt
Kijk voordat je een tekening uploadt even goed wat erop staat. Een naam, foto of andere persoonlijke informatie is niet nodig om van Bliep een verhaal te maken.
Haal zulke gegevens daarom weg en gebruik voor leerlingwerk alleen AI-tools en accounts die binnen jouw school zijn toegestaan. Welke afspraken precies gelden, kan per school verschillen.
Controleer daarnaast altijd zelf het gemaakte Storybook voordat je het aan leerlingen laat zien. Niet alleen op taalniveau, maar ook op tekst en illustraties. AI kan tenslotte iets anders maken dan je had verwacht.
Bouw een eigen boekenplank in de klas
En dan heb je na één les ineens een prentenboek over Bliep.
Een week later komt daar misschien een verhaal over een vliegende krokodil bij. Daarna eentje over een prinses die absoluut geen prinses wil zijn. Voor je het weet heb je een hele verzameling.
Je kunt er ook een vast moment van maken. Iedere week kiest de klas één tekening waarvan jullie samen een verhaal uitwerken. De maker mag het resultaat als eerste bekijken.
En misschien roept die leerling vervolgens:
‘Maar hij heeft helemaal geen vier ogen!’
Prima.
Dan hebben jullie meteen iets om te verbeteren.
En misschien is dat wel de leukste vraag om na ieder nieuw boek te stellen:
‘Is het verhaal geworden zoals jij het had bedacht?’
Meer doen met AI in de klas?
Wil je ontdekken hoe je AI praktisch kunt inzetten in je lessen én hoe het je kan helpen om tijd te besparen? Doe dan mee met onze training AI in de klas. Je leert hoe je AI slim gebruikt voor bijvoorbeeld lesvoorbereiding, differentiatie, opdrachten en andere taken die normaal veel tijd kosten.
Wil je vooral direct aan de slag met goede prompts? Bekijk dan ons promptboek voor leerkrachten. Daarin vind je kant-en-klare prompts voor verschillende situaties in de klas. Je hoeft niet zelf uit te zoeken hoe je een goede prompt opbouwt: je vult alleen de variabelen in, zoals het leerdoel, niveau, vak of onderwerp, zodat de prompt past bij jouw klas.



0 comments