AI in het onderwijs: wat Nederland kan leren van 10 landen
In Estland krijgen leerlingen AI als digitale leerbegeleider. Israël gebruikt kunstmatige intelligentie om het Engelse taalonderwijs beter af te stemmen op individuele leerlingen. Noorwegen adviseert juist om jonge kinderen in principe geen toegang te geven tot generatieve AI. En Australië heeft een eigen AI-assistent voor scholen ontwikkeld.
Hoe gaan andere landen om met AI in het onderwijs? En wat kunnen Nederlandse scholen daarvan leren?
De ontwikkelingen gaan snel, maar de vragen zijn overal vergelijkbaar. Wanneer helpt AI leerlingen daadwerkelijk verder? Hoe voorkom je dat ze opdrachten laten maken door ChatGPT? Wat betekent AI voor toetsing, privacy en de rol van de docent?
We vergelijken de aanpak van tien landen, waaronder Nederland, en vertalen de belangrijkste inzichten naar de onderwijspraktijk.
AI in het onderwijs: 10 landen vergeleken
| Land | Aanpak | Les voor Nederland |
|---|---|---|
| Estland | AI als digitale leerbegeleider | Leerlingen laten nadenken in plaats van antwoorden geven |
| Israël | AI voor gepersonaliseerd taalonderwijs | Beter differentiëren |
| Finland | AI-stoplichtmodel | Duidelijke afspraken over AI-gebruik |
| Noorwegen | Terughoudendheid bij jonge kinderen | Rekening houden met leeftijd en ontwikkeling |
| Denemarken | Experimenten met AI en toetsing | Niet alleen het eindreslutaat beoordelen |
| Australië | Beveiligde AI-assistent voor scholen | Privacy en didactiek combineren |
| China | AI-geletterdheid per onderwijsfase | Een doorgaande leerlijn ontwikkelen |
| Singapore | AI en mediawijsheid | Leerlingen kritisch leren omgaan met informatie |
| Zuid-Korea | AI-digitale schoolboeken | Niet invoeren zonder voldoende voorbereiding |
| Nederland | Kerndoelen digitale geletterdheid | Landelijke doelen vertalen naar schoolbeleid |
1. Estland: AI-tutoring en gepersonaliseerd leren
Estland heeft met AI Leap een nationaal programma opgezet om kunstmatige intelligentie in het onderwijs te integreren. Het programma ging in 2025 van start en bouwt voort op de lange traditie van digitalisering in het Estse onderwijs.
De eerste fase richtte zich op ongeveer 20.000 leerlingen en duizenden docenten. Ook de scholing van leraren maakt deel uit van het programma.
Opvallend is de manier waarop AI wordt ingezet. Leerlingen moeten niet simpelweg een antwoord krijgen, maar worden met gerichte vragen geholpen om zelf tot een oplossing te komen.
Een leerling die vastloopt bij wiskunde krijgt bijvoorbeeld een aanwijzing of een vervolgvraag. De AI fungeert als leerbegeleider, niet als antwoordmachine.
Wat betekent dit voor Nederland?
Ook Nederlandse docenten kunnen AI gebruiken om leerlingen gerichter te ondersteunen. Daarnaast kan AI helpen bij de lesvoorbereiding: oefenmateriaal maken op drie niveaus, toetsvragen opstellen of extra uitleg formuleren.
De docent controleert de inhoud en bepaalt wanneer AI wel of niet geschikt is.
2. Israël: AI in het taalonderwijs met programma 720
Israël werkt met programma 720 aan gepersonaliseerd onderwijs. Een onderdeel daarvan is English 720, gericht op het Engelse taalonderwijs.
Het programma ondersteunt docenten bij het afstemmen van onderwijs op verschillen tussen leerlingen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar taalniveau, leertempo en leerbehoeften.
AI kan bijvoorbeeld worden ingezet voor extra woordenschatoefeningen, luistervaardigheid of aangepaste opdrachten.
Het programma is gefaseerd ingevoerd en maakt deel uit van een bredere onderwijsaanpak.
Wat betekent dit voor Nederland?
Vooral in het talenonderwijs kan AI docenten veel voorbereidingswerk besparen. Een docent Engels kan dezelfde tekst op drie taalniveaus aanbieden, aanvullende oefeningen maken of gespreksvragen voorbereiden.
Dat geldt ook voor Nederlands, Frans, Duits en NT2.
Het Israëlische ministerie van Onderwijs beschrijft de aanpak op de pagina English 720.
3. Finland: het AI-stoplichtmodel voor scholen
Wanneer mogen leerlingen ChatGPT gebruiken? En wanneer moeten ze een opdracht volledig zelfstandig maken?
Finse instellingen voor hoger onderwijs gebruiken hiervoor onder meer een AI-stoplichtmodel. Het sluit aan bij richtlijnen van Arene, de vereniging van Finse hogescholen.
Het model is geen landelijke verplichting voor het basis- en voortgezet onderwijs, maar kan ook daar goed worden toegepast.
Hoe werkt het AI-stoplichtmodel?
Rood: AI niet toegestaan
De leerling maakt de opdracht zelfstandig. Bijvoorbeeld wanneer de docent de eigen schrijfvaardigheid of rekenvaardigheid wil beoordelen.
Geel: AI toegestaan met verantwoording
De leerling mag AI gebruiken, maar moet aangeven waarvoor. Bijvoorbeeld om ideeën te verzamelen of een tekststructuur te maken.
Groen: AI toegestaan
AI mag worden gebruikt binnen de afspraken van de opdracht. Een aparte verantwoording is niet altijd nodig.
Blauw: AI verplicht
Het gebruik van AI maakt deel uit van het leerdoel. Leerlingen moeten bijvoorbeeld een AI-antwoord beoordelen en verbeteren.
Niet iedere instelling gebruikt vier kleuren. Sommige werken alleen met rood, geel en groen.
Van afspraken in de klas naar schoolbreed AI-beleid
Het stoplichtmodel kan ook helpen bij het opstellen van schoolbreed AI-beleid.
Een school kan bijvoorbeeld afspreken dat leerlingen altijd moeten aangeven wanneer ze generatieve AI hebben gebruikt, terwijl docenten per opdracht bepalen hoeveel ondersteuning is toegestaan.
Zo ontstaat er een gezamenlijke lijn zonder dat ieder vak dezelfde werkwijze hoeft te hanteren.
Vooral bij schrijfopdrachten is dit belangrijk. In onze gids over AI-proof opdrachten gaan we verder in op opdrachten waarbij leerlingen hun eigen denk- en leerproces moeten laten zien.
4. Noorwegen: voorzichtig met generatieve AI bij jonge kinderen
Noorwegen kiest voor een terughoudende aanpak bij jonge leerlingen.
In juni 2026 presenteerde de regering leeftijdsgebonden aanbevelingen voor generatieve AI op school. De Noorse onderwijsdirectie lichtte deze in oktober verder toe.
Voor leerlingen in de eerste zeven schooljaren, ongeveer 6 tot 13 jaar, is het advies om hen in principe geen toegang te geven tot generatieve AI.
In de daaropvolgende leerjaren kan AI voorzichtig worden geïntroduceerd, mits docenten voldoende deskundigheid hebben. In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs moeten leerlingen leren hoe ze AI verantwoord gebruiken.
Het gaat om aanbevelingen, niet om een algemeen wettelijk verbod.
AI-geletterdheid zonder AI tools
Dat jonge kinderen niet zelfstandig met een chatbot werken, betekent niet dat AI-geletterdheid moet wachten.
Een leerkracht kan bijvoorbeeld:
- Leerlingen elkaar stap-voor-stapinstructies laten geven om een route te lopen.
- Kinderen afbeeldingen laten sorteren en bespreken hoe een computer patronen herkent.
- Zelf een robot spelen die precies uitvoert wat leerlingen zeggen.
Er is bovendien een verschil tussen generatieve AI, zoals ChatGPT, en adaptieve oefensoftware die opdrachten aanpast aan het niveau van een leerling.
De Noorse onderwijsdirectie beschrijft de leeftijdsgebonden aanbevelingen.
5. Denemarken: AI-fraude voorkomen en anders toetsen
Hoe beoordeel je een werkstuk als een leerling AI heeft gebruikt? Die vraag staat centraal in Deense onderwijsexperimenten.
In het schooljaar 2025–2026 deden meer dan 10.000 leerlingen, verdeeld over 442 klassen en 75 onderwijsinstellingen, mee aan een programma rond generatieve AI.
De experimenten gingen onder andere over schrijfopdrachten, portfolio's en beoordelingsvormen. Daarbij werd onderzocht hoe leerlingen hun schrijfvaardigheid kunnen blijven ontwikkelen wanneer AI beschikbaar is.
Drie manieren om AI-proof te toetsen
1. Laat leerlingen hun werk mondeling toelichten. Een gesprek van drie minuten kan al veel duidelijk maken. Vraag waarom een leerling bepaalde keuzes heeft gemaakt en hoe de conclusie tot stand is gekomen.
2. Laat leerlingen hun schrijfproces bewaren. De versiegeschiedenis in Google Docs of Word kan helpen om te bespreken hoe een tekst is opgebouwd. Het is geen sluitend bewijs voor wel of geen AI-gebruik.
3. Draai de opdracht om. Laat ChatGPT, Gemini of Copilot een betoog schrijven en vraag leerlingen de fouten, onjuiste informatie en drogredenen te corrigeren. Leerlingen moeten hun verbeteringen onderbouwen met betrouwbare bronnen.
Het Deense ministerie van Onderwijs publiceerde de opzet en deelnemersaantallen van het programma.
6. Australië: een beveiligde AI-assistent voor scholen
Australië stelde in 2023 een nationaal kader vast voor het verantwoord gebruik van generatieve AI op scholen. Daarin staan onder meer veiligheid, privacy, transparantie en welzijn centraal.
De deelstaat New South Wales ging verder en ontwikkelde NSWEduChat, een AI-assistent speciaal voor het onderwijs.
Anders dan veel algemene chatbots is NSWEduChat ingericht om leerlingen met vragen en aanwijzingen te begeleiden. Het systeem probeert hen zelf te laten nadenken in plaats van direct het volledige antwoord te geven.
Volgens het ministerie worden ingevoerde gegevens niet gebruikt om het AI-model te trainen. Ook zijn veiligheidsfilters ingebouwd.
Wat betekent dit voor de AVG en AI op Nederlandse scholen?
Voor Nederlandse scholen zijn vooral de privacyafspraken interessant.
De AVG stelt eisen aan de verwerking van persoonsgegevens. Scholen moeten onder andere weten welke gegevens een AI-tool verwerkt, waarom dat gebeurt en welke afspraken met de leverancier nodig zijn.
Daarnaast bevat de Europese AI Act regels voor AI-systemen. Sommige toepassingen voor het beoordelen van leerresultaten of het bepalen van toegang tot onderwijs kunnen onder de categorie hoog risico vallen. Dat geldt niet automatisch voor iedere chatbot.
Een school kan dus niet zonder meer aannemen dat een AI-tool geschikt is omdat deze populair is of gratis beschikbaar wordt gesteld.
De Australische overheid beschrijft de werking en privacymaatregelen van NSWEduChat.
7. China: AI-geletterdheid van basisschool tot bovenbouw
China publiceerde in december 2024 landelijke richtlijnen voor AI-onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs.
De opbouw sluit aan bij de leeftijd en ontwikkeling van leerlingen.
Jonge kinderen maken eerst kennis met AI in het dagelijks leven. Daarna leren leerlingen hoe de technologie werkt en waarvoor deze kan worden gebruikt. In de bovenbouw komt meer nadruk te liggen op projecten en het ontwikkelen van toepassingen.
Van kennismaken naar zelf maken
De aanpak kan worden samengevat in drie fasen:
Ervaren: herkennen waar AI wordt gebruikt en wat de technologie doet.
Begrijpen en toepassen: leren hoe AI werkt en welke mogelijkheden en beperkingen er zijn.
Creëren: AI gebruiken bij projecten en het ontwikkelen van eigen toepassingen.
Voor Nederland is vooral die opbouw interessant. AI-geletterdheid hoeft niet in iedere groep dezelfde inhoud te hebben.
Een leerling in groep 4 heeft immers andere kennis en vaardigheden nodig dan een leerling in 5 vwo.
8. Singapore: AI-geletterdheid en mediawijsheid
Singapore besteedt binnen het onderwijs aandacht aan AI-geletterdheid, digitale vaardigheden en verantwoord technologiegebruik.
Leerlingen leren niet alleen hoe ze AI kunnen gebruiken, maar ook hoe ze informatie moeten beoordelen.
Dat is belangrijk nu AI overtuigende teksten, afbeeldingen en video's kan produceren die niet altijd kloppen.
Het ministerie van Onderwijs werkt daarnaast aan uitbreiding van het programma Code for Fun, waarin leerlingen kennismaken met programmeren, computationeel denken en AI.
Wat betekent dit voor Nederland?
AI-geletterdheid hoort niet uitsluitend thuis bij informatica.
Ook tijdens Nederlands, geschiedenis en burgerschap kunnen leerlingen leren om bronnen te controleren, misleidende informatie te herkennen en AI-antwoorden kritisch te beoordelen.
Een eenvoudige opdracht is om leerlingen een AI-antwoord te laten vergelijken met twee betrouwbare bronnen. Welke beweringen kloppen? Wat ontbreekt? En waar geeft AI een onjuist of te stellig antwoord?
n onze Mediawijsheid training leer je hoe je leerlingen kritisch, bewust en verantwoord kunt laten omgaan met AI en digitale informatie. Met praktische werkvormen die je direct kunt toepassen in de klas.
9. Zuid-Korea: waarom AI-schoolboeken niet vanzelf een succes zijn
Zuid-Korea begon in maart 2025 met de invoering van AI-digitale schoolboeken voor onder andere wiskunde, Engels en informatica.
De digitale leermiddelen moesten beter aansluiten bij het niveau en de voortgang van individuele leerlingen.
De invoering leidde echter tot discussie. Er waren zorgen over schermtijd, privacy, kosten en de voorbereiding van docenten.
In augustus 2025 werd de wettelijke status van de AI-schoolboeken gewijzigd. Ze kregen de status van aanvullend onderwijsmateriaal in plaats van officiële schoolboeken.
Een les voor Nederlandse schoolbesturen
De Zuid-Koreaanse ervaring laat zien dat een ambitieus AI-plan niet automatisch tot beter onderwijs leidt.
Schoolbesturen moeten rekening houden met licentiekosten, technische ondersteuning, scholing en de tijd die docenten nodig hebben om nieuwe toepassingen te leren gebruiken.
AI kan werk uit handen nemen, maar invoering kost aanvankelijk vaak juist extra tijd.
Daarom is het verstandig om eerst op beperkte schaal te onderzoeken wat een toepassing oplevert, voordat een schoolbestuur grote investeringen doet.
10. Nederland: AI-beleid en kerndoelen digitale geletterdheid
Nederland heeft geen verplicht landelijk AI-programma voor alle leerlingen zoals Estland.
Wel krijgt digitale geletterdheid een structurele plaats in het onderwijs.
In maart 2024 leverde SLO de eerste conceptkerndoelen digitale geletterdheid op. In september 2025 verschenen de definitieve conceptkerndoelen.
De verwachting is dat de nieuwe kerndoelen op 1 augustus 2027 wettelijk in werking treden. Scholen krijgen vervolgens tot augustus 2031 de tijd om ze volledig te implementeren.
NOLAI onderzoekt AI in de klas
Het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) werkt met scholen, onderzoekers en bedrijven aan de ontwikkeling en evaluatie van AI-toepassingen voor het primair en voortgezet onderwijs.
Daarbij wordt gekeken naar de onderwijskundige meerwaarde en de voorwaarden voor verantwoord gebruik.
Wat hoort in een schoolbreed AI-beleid?
Voor scholen is het verstandig om afspraken te maken over welke AI-tools gebruikt mogen worden, hoe leerlingen AI-gebruik verantwoorden en welke persoonsgegevens wel en niet ingevoerd mogen worden.
Ook moet duidelijk zijn wanneer AI bij opdrachten en toetsen is toegestaan.
SIVON kan schoolbesturen ondersteunen bij vragen over privacy, informatiebeveiliging en digitale leermiddelen.
De kerndoelen digitale geletterdheid van SLO bieden een uitgangspunt om AI-geletterdheid in het curriculum op te nemen.
Wat kunnen Nederlandse scholen leren van deze tien landen?
De voorbeelden laten zien dat er geen aanpak is die overal hetzelfde werkt.
Toch zijn er duidelijke overeenkomsten.
Maak afspraken over AI-gebruik. Leerlingen moeten weten wanneer ze AI mogen gebruiken en wanneer ze zelfstandig moeten werken.
Blijf beoordelen wat leerlingen zelf kunnen. Een goed geschreven tekst zegt niet altijd iets over de kennis en vaardigheden van de leerling.
Houd rekening met leeftijd. Wat geschikt is voor een leerling in de bovenbouw, is niet vanzelfsprekend passend voor jonge kinderen.
Investeer in docenten. AI kan helpen bij lesvoorbereiding, differentiatie en feedback, maar vraagt ook om nieuwe kennis.
Neem privacy serieus. Niet iedere AI-tool is geschikt om met leerlinggegevens te werken.
Conclusie: wat moet een leerling zelf blijven kunnen?
De internationale voorbeelden laten zien dat landen verschillende keuzes maken.
Estland zet AI in als leerbegeleider. Israël richt zich onder meer op gepersonaliseerd taalonderwijs. Noorwegen is voorzichtig met generatieve AI bij jonge kinderen. Denemarken onderzoekt nieuwe vormen van toetsing en Australië heeft een beveiligde AI-assistent voor scholen ontwikkeld.
Voor Nederlandse scholen is de belangrijkste vraag niet hoeveel AI-tools ze gebruiken, maar wat die toepassingen bijdragen aan het leren.
Een leerling moet zelfstandig kunnen schrijven, rekenen, redeneren en informatie beoordelen. AI kan daarbij helpen, maar mag die vaardigheden niet vervangen.
Dat vraagt om goede opdrachten, duidelijke afspraken en docenten die weten wanneer AI een meerwaarde heeft.
Aan de slag met AI in het onderwijs
Docentenbijscholing helpt scholen en onderwijsorganisaties bij het verantwoord en effectief inzetten van AI. Van praktische AI-trainingen voor docenten en ondersteuning bij het ontwikkelen van AI-beleid tot inspirerende keynotes en studiedagen over AI in het onderwijs. Kijk hier voor meer informatie.
AI prompt boeken voor onderwijs
Daarnaast zijn we uitgever van Het Grote AI Promptboek voor leerkrachten PO en Het Grote AI Promptboek voor docenten VO, waarmee docenten direct zelf aan de slag kunnen.



0 comments