• Home
  • Blog
  • Prinsjesdag in de klas: zo werk je praktisch aan burgerschap in PO en VO

Prinsjesdag in de klas: zo werk je praktisch aan burgerschap in PO en VO

Prinsjesdag escaperoom

0 comments

Prinsjesdag in de klas:
zo werk je praktisch aan burgerschap in PO en VO

De Glazen Koets, opvallende hoedjes, de Troonrede en natuurlijk het bekende koffertje: Prinsjesdag levert ieder jaar genoeg beelden en nieuws op. Maar het is ook een mooie kans om in zowel het primair als voortgezet onderwijs praktisch aan burgerschap te werken. Want wie beslist eigenlijk wat er in Nederland gebeurt? Waar geeft de overheid geld aan uit? Hoe kun je invloed uitoefenen? En wat doe je als mensen verschillende ideeën hebben over wat belangrijk is? In dit artikel geven we je activiteiten die je direct kunt gebruiken in het PO en VO. En het mooie is: je hoeft daarvoor lang niet altijd een aparte burgerschapsles te maken. Prinsjesdag laat juist goed zien hoe je burgerschap kunt verbinden aan vakken en lessen die al op je programma staan.

Waarom Prinsjesdag zo goed past bij burgerschap

Democratie, politiek, inspraak, verkiezingen en de overheid. Voor leerlingen kunnen het behoorlijk abstracte begrippen zijn. Prinsjesdag maakt ze een stuk concreter. Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de plannen voor het komende jaar. De koning spreekt de Troonrede uit en de Miljoenennota en Rijksbegroting worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor leerlingen kun je het nog eenvoudiger maken: wat zijn de plannen voor Nederland en waar gaan we ons geld aan uitgeven? En dan wordt het interessant. Want wat vinden leerlingen zelf belangrijk? Meer geld voor onderwijs? Woningbouw? Klimaat? Zorg? Veiligheid? Waarom kun je niet gewoon overal meer geld aan uitgeven? En wie bepaalt uiteindelijk welke keuzes worden gemaakt? Je kunt leerlingen laten nadenken, argumenteren, luisteren, stemmen en verschillende belangen laten afwegen. Daarmee gaat een Prinsjesdagles al snel over veel meer dan alleen weten wat er op de derde dinsdag van september gebeurt.

Hoe integreer je burgerschap in je gewone lessen?

Veel docenten vinden het een uitdaging om burgerschap een goede plek te geven in hun onderwijs. Je lesprogramma zit al vol en naast je eigen vakdoelen zijn er genoeg andere zaken die aandacht vragen. Dan kan burgerschap al snel voelen als nóg iets wat erbij moet. Maar dat hoeft niet altijd. Burgerschap raakt aan kennis en vaardigheden die in allerlei vakken terugkomen. Juist daarom kun je het vaak integreren in lessen die je toch al geeft. Denk aan argumenteren en begrijpend lezen bij Nederlands, rekenen met een begroting bij rekenen of wiskunde, politieke besluitvorming bij geschiedenis of maatschappijleer en kritisch naar nieuws kijken bij taal of mediawijsheid. Ook bij Engels, Duits en Frans liggen er mogelijkheden. Laat leerlingen bijvoorbeeld een maatschappelijk standpunt formuleren of een nieuwsbericht beoordelen in het frans, duits of engels. Prinsjesdag is daarom een mooi voorbeeld van hoe je burgerschap kunt integreren in je gewone lessen. Je hoeft niet per se een losse burgerschapsles te maken. Met een kleine aanpassing kun je werken aan je eigen vakdoelen én aan burgerschap. Maar, hoe pak je dat aan? Hieronder geven we je een aantal concrete voorbeelden.

Kies rond Prinsjesdag een leerlingenraad

Wil je democratie echt tastbaar maken? Koppel Prinsjesdag dan aan de verkiezing van de leerlingenraad. Dat kan in het PO, maar natuurlijk ook in het VO met klassenvertegenwoordigers, een leerlingenraad of leerlingpanel. Begin bijvoorbeeld met de vraag waarom een school eigenlijk een leerlingenraad heeft. Waarover zouden leerlingen mogen meepraten? En moet de school vervolgens altijd doen wat de leerlingenraad wil? Daarna begint de verkiezingscampagne. Laat kandidaten bijvoorbeeld vertellen waarom ze in de leerlingenraad willen, wat ze op school zouden willen veranderen en waarom andere leerlingen op hen zouden moeten stemmen. De kandidaten kunnen een verkiezingsposter maken en een korte pitch geven. Daarna organiseer je een echte stemming. 

Prinsjesdag in de les: Close Reading met de Troonrede

Geef je Nederlands of werk je in het PO aan begrijpend lezen? Dan ligt er rond Prinsjesdag een mooie tekst voor het oprapen: de Troonrede. Gebruik bijvoorbeeld een kort fragment voor een Close Reading-activiteit. 

Laat leerlingen de tekst drie keer lezen, steeds met een andere opdracht. De eerste keer draait het vooral om de grote lijn. Waar gaat de tekst over? Welke onderwerpen komen voorbij? En wat is volgens de leerlingen de belangrijkste boodschap?

Bij de tweede lezing duiken ze wat dieper in de tekst. Welke woorden hebben te maken met politiek en bestuur? Welke problemen worden genoemd? En welke plannen of oplossingen staan er in de tekst?

De derde keer mogen leerlingen er zelf iets van vinden. Waarom komt dit onderwerp terug in de Troonrede? Voor wie zijn deze plannen belangrijk? En wat vinden zij er zelf eigenlijk van?

In het VO kun je nog een stap verder gaan en naar het taalgebruik kijken. Waarom zouden bepaalde woorden zijn gekozen? En hoe wordt hetzelfde onderwerp beschreven in een nieuwsbericht? Is de boodschap dan nog steeds hetzelfde?

Schrijf de Troonrede van jullie school

Na het lezen kun je leerlingen natuurlijk ook zelf laten schrijven. Stel dat jullie school op Prinsjesdag een eigen Troonrede zou uitspreken. Wat zou daarin moeten staan? Laat leerlingen bijvoorbeeld nadenken over drie vragen:

  • Wat gaat er goed op onze school?
  • Wat zou volgens jou beter kunnen?
  • Welke plannen zou de school voor het komende jaar moeten maken?

Daarna schrijven leerlingen hun eigen Troonrede. In het PO kan dat een korte tekst zijn waarin leerlingen één of twee verbeterpunten noemen. In het VO kun je meer eisen stellen aan de opbouw, argumentatie en het taalgebruik. Laat een aantal leerlingen hun Troonrede daarna echt uitspreken voor de klas. Je kunt er ook een stemming van maken. Laat leerlingen bijvoorbeeld kiezen welk voorstel zij het belangrijkst vinden. De ideeën met de meeste stemmen kun je daarna delen met de leerlingenraad of schoolleiding. Op die manier merken leerlingen meteen dat hun ideeën ertoe doen en ervaren ze in het klein hoe inspraak en democratie werken.

De Troonrede bij Engels, Duits of Frans

Die Troonrede hoef je natuurlijk niet alleen tijdens Nederlands te schrijven. Je kunt dezelfde opdracht heel eenvoudig gebruiken bij de moderne vreemde talen. Laat leerlingen tijdens Engels bijvoorbeeld een korte Speech from the Throne voor hun school schrijven. Bij Duits of Frans kunnen ze een korte toespraak maken waarin ze vertellen wat er volgens hen goed gaat op school en wat ze zouden willen veranderen. Het burgerschapsonderwerp blijft hetzelfde, maar het doel verandert. Leerlingen oefenen met woordenschat, hun mening geven, wensen formuleren, argumenten gebruiken en presenteren in de doeltaal. Je kunt de opdracht zo eenvoudig of uitgebreid maken als je zelf wilt. Geef jongere leerlingen bijvoorbeeld een paar vaste zinnen die ze moeten vertalen en aanvullen:

  • Dit gaat goed op onze school.
  • Dit probleem zien wij.
  • Dit willen wij veranderen.
  • Dit vinden wij belangrijk, omdat…
  • Dit is ons plan voor komend schooljaar
Prinsjesdag op school

Maak je eigen Prinsjesdaghoed

Na al dat lezen en schrijven mag er natuurlijk ook iets worden gemaakt. De opvallende hoeden zijn inmiddels een bekend onderdeel van Prinsjesdag. Laat leerlingen daarom hun eigen Prinsjesdaghoed ontwerpen.Je kunt er een eenvoudige creatieve opdracht van maken, maar je kunt er ook meteen burgerschap aan koppelen. Laat iedere leerling een maatschappelijk onderwerp kiezen dat hij of zij belangrijk vindt. Denk aan onderwijs, klimaat, vrede, gelijke kansen, dierenwelzijn, sport, veiligheid of armoede. Vervolgens moet het ontwerp van de hoed iets over dat onderwerp vertellen. Een leerling die klimaat belangrijk vindt, kan bijvoorbeeld een groene hoed met bladeren maken. Een leerling die meer aandacht voor onderwijs wil, kan boeken, letters of potloden in het ontwerp verwerken. Laat leerlingen hun hoed daarna kort presenteren. Waar staat je hoed voor? Waarom heb je dit onderwerp gekozen? En wat zou er volgens jou moeten veranderen?

Puzzelen over Prinsjesdag met een Prinsjesdag Escape Room 

Wil je leerlingen actief laten ontdekken wat Prinsjesdag met politiek, geld en democratie te maken heeft? Dan kun je ook kiezen voor een Escape Room. Met CODE ROOD – Prinsjesdag gaan leerlingen aan de slag met een digitaal politiek mysterie. Vlak voor Prinsjesdag verschijnt plotseling een onbekende politieke partij. Wie zit erachter? En wat is deze partij van plan?Tijdens het spel onderzoeken leerlingen dossiers, ontcijferen ze berichten, kraken ze codes, rekenen ze met bedragen en zoeken ze informatie. Ondertussen komen onderwerpen als Prinsjesdag, politiek, democratie, de Miljoenennota, Rijksbegroting, overheidsuitgaven, stemmen en inspraak voorbij. Na afloop kun je het spel gebruiken als startpunt voor een gesprek. Waarom is stemmen belangrijk? Hoe maak je een politieke keuze? En welke onderwerpen vinden leerlingen zelf belangrijk?

Maak de Miljoenennota van de klas

Miljoenen en miljarden zijn voor leerlingen moeilijk voor te stellen. Maak het daarom kleiner. Geef groepjes bijvoorbeeld 100 fictieve miljoenen euro's. Dat geld mogen ze verdelen over onderwijs, zorg, natuur en klimaat, veiligheid, wegen en openbaar vervoer, woningen en sport en cultuur. Er is maar één belangrijke regel: geld dat je eenmaal hebt uitgegeven, kun je niet nog een keer uitgeven. En dan begint de discussie.“Wij willen meer geld voor onderwijs!” “Maar dan blijft er bijna niets over voor de zorg.” “Kunnen we niet gewoon overal meer geld aan geven?” Nee dus. Laat ieder groepje uiteindelijk zijn eigen Miljoenennota presenteren en een aantal keuzes toelichten. In het PO kun je werken met eenvoudige bedragen en herkenbare onderwerpen. In het VO kun je de opdracht moeilijker maken. Geef leerlingen bijvoorbeeld fictief 10 miljard euro extra en laat ze onderbouwen waar dat volgens hen naartoe moet.Laat de verschillende groepen daarna op elkaars plannen reageren. Wie profiteert van jullie keuzes? Wie misschien minder? En waarom vinden jullie het ene onderwerp belangrijker dan het andere?

Organiseer een Prinsjesdagdebat

Een andere activiteit die je zowel in het PO als VO kunt gebruiken, is een debat. Kies een paar stellingen die passen bij de leeftijd van je leerlingen.In het PO kun je bijvoorbeeld werken met:

  • Iedere basisschool moet een gratis gezonde lunch aanbieden.
  • Kinderen moeten meer inspraak krijgen op school.
  • De overheid moet meer geld uitgeven aan natuur.In het VO kun je kiezen voor onderwerpen als:
  • Jongeren moeten vanaf 16 jaar mogen stemmen.
  • Het openbaar vervoer moet gratis worden voor jongeren.
  • Er moet meer geld naar onderwijs, ook als daardoor ergens anders moet worden bezuinigd.

Laat leerlingen eerst een positie kiezen: eens of oneens. Daarna moeten ze uitleggen waarom .Je kunt de opdracht uitbreiden door leerlingen verschillende rollen te geven. Een leerling vertegenwoordigt bijvoorbeeld scholieren, een ander ouders, ondernemers of ouderen. Dan ontdekken ze dat een maatregel die vanuit het ene perspectief heel aantrekkelijk klinkt, voor een andere groep nadelen kan hebben. En precies dat is een belangrijke burgerschapsles: maatschappelijke keuzes worden gemaakt vanuit verschillende waarden, belangen en perspectieven.

Mediawijsheid in de klas

Prinsjesdag levert ieder jaar veel nieuws op. Dat maakt het ook een mooi moment om met mediawijsheid aan de slag te gaan. Maak bijvoorbeeld zes korte nieuwsberichten over Prinsjesdag. Een aantal berichten klopt en een aantal is door jou verzonnen. Bijvoorbeeld:

  • De koning leest op Prinsjesdag de Troonrede voor.
  • Vanaf volgend schooljaar krijgen alle leerlingen in Nederland iedere vrijdag vrij.
  • De minister van Financiën biedt op Prinsjesdag de Miljoenennota en Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan.
  • De regering heeft besloten dat alle schoolkantines vanaf oktober gratis worden.
  • Prinsjesdag vindt ieder jaar plaats op de derde dinsdag van september.

Laat leerlingen in tweetallen bepalen welke berichten echt zijn en welke nep. Maar, laat het daar niet bij. Want een bericht beoordelen omdat het ‘raar klinkt’ is nog geen mediawijsheid. Laat leerlingen ook onderzoeken hoe ze kunnen controleren of informatie betrouwbaar is.Wie heeft het bericht gepubliceerd? Is duidelijk waar de informatie vandaan komt? Kun je dezelfde informatie bij een andere betrouwbare bron vinden? Gaat het om een feit of een mening? En kun je een officiële bron vinden die het bericht bevestigt? Voor het PO kun je de berichten kort en eenvoudig houden en samen bespreken waar je betrouwbare informatie kunt vinden. In het VO kun je de opdracht een stuk moeilijker maken. Schrijf bijvoorbeeld een nepbericht dat juist heel geloofwaardig klinkt of laat leerlingen verschillende berichten over hetzelfde onderwerp vergelijken. Je kunt leerlingen ook zelf een fictief nieuwsbericht laten schrijven. De rest van de klas moet vervolgens ontdekken welk bericht niet klopt en uitleggen aan welke signalen ze dat zien.

Maak je nieuwsberichten in Canva

Wil je de opdracht wat echter maken? In Canva vind je allerlei sjablonen voor kranten en nieuwsberichten. Vervang de tekst door jouw echte en verzonnen Prinsjesdagberichten en je hebt binnen een handomdraai overtuigende nieuwsberichten voor de klas. Nog geen gratis Canva-onderwijsaccount? Lees hier hoe je een gratis Canva for Education-account aanmaakt.

Canva licentie

Prinsjesdag in de klas: word minister voor één dag

Wat zou jij veranderen als je één dag minister was? Laat leerlingen een ministerie kiezen, bijvoorbeeld Onderwijs, Klimaat, Volksgezondheid of Defensie. Vervolgens mogen ze één nieuw plan bedenken voor Nederland. Maar, er is een voorwaarde: ze moeten ook uitleggen waarom hun plan nodig is, voor wie het gevolgen heeft en wat het ongeveer mag kosten.Laat leerlingen hun plan daarna in 60 seconden pitchen alsof ze zelf minister zijn. De klas mag kritische vragen stellen: is dit eerlijk? Wie heeft er voordeel van? Zijn er ook nadelen? In het PO houd je de plannen eenvoudig en dicht bij de belevingswereld. In het VO kun je leerlingen ook laten nadenken over belangen, haalbaarheid en mogelijke tegenargumenten.

Prinsjesdag in 2050: hoe ziet Nederland er dan uit?

Hoe ziet Nederland er in 2050 uit? Laat leerlingen zich voorstellen dat het Prinsjesdag is in 2050 en dat zij het nieuws van die dag moeten maken. Welke problemen zijn opgelost? Welke nieuwe problemen zijn ontstaan? En welke plannen presenteert de regering? Leerlingen maken bijvoorbeeld een korte nieuwsuitzending, podcast of socialmediabericht met drie ‘Prinsjesdagplannen uit 2050’. Denk aan zelfrijdend openbaar vervoer, lessen met robots, klimaatbestendige steden of een vierdaagse schoolweek.Daarna komt de belangrijkste vraag: welke keuzes moeten we nú maken om bij die toekomst uit te komen?

Prinsjesdag en burgerschap: wie profiteert van dit plan?

Politieke plannen hebben niet voor iedereen dezelfde gevolgen. Dat kun je leerlingen met deze activiteit laten ervaren. Geef de klas bijvoorbeeld het fictieve plan: “Het openbaar vervoer wordt gratis, maar de belasting gaat iets omhoog.”Geef leerlingen vervolgens verschillende rollen: een scholier, ondernemer, ouder met drie kinderen, oudere, student of iemand die op het platteland woont. Wat betekent het plan voor jouw persoon? Ben je voor of tegen? En waarom?Laat leerlingen daarna met elkaar in gesprek gaan. Ze ontdekken al snel dat je heel anders naar hetzelfde politieke besluit kunt kijken afhankelijk van je situatie. Een mooie en eenvoudige manier om te oefenen met perspectief nemen, belangen afwegen en respect voor andere standpunten.

Vergeet de nabespreking niet

Welke activiteit je ook kiest, het is goed om aan het einde een paar minuten te reserveren voor reflectie. Wat vonden leerlingen lastig? Hebben ze tijdens een discussie hun mening veranderd? Welk argument van iemand anders vonden ze sterk? Hoe bepaalden ze of een nieuwsbericht betrouwbaar was? Waarom kunnen mensen verschillend denken over wat goed is voor Nederland? Je hoeft daar geen uitgebreide reflectieles van te maken. Een paar vragen klassikaal bespreken kan al genoeg zijn. Juist door die vragen te stellen, maak je zichtbaar dat leerlingen niet alleen iets over Prinsjesdag hebben geleerd, maar ook hebben geoefend met vaardigheden die bij burgerschap horen.


Nog meer activiteiten voor in de klas?

Toolkit docenten en mentoren

Op zoek naar meer leuke en praktische activiteiten die je direct met je leerlingen kunt doen? In onze Toolkit voor docenten en mentoren in het VO vind je verschillende werkvormen en materialen die je gedurende het schooljaar kunt inzetten. Handig voor je mentorles, maar ook voor andere momenten waarop je nét even iets anders met je klas wilt doen.

About the Author

Follow me


{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}